Ik zag een filmpje.
Zo beginnen wel meer dingen tegenwoordig. Je kijkt even, je blijft hangen en voor je het weet staat er iemand gospel te zingen.
All my life You have been faithful.
En daar gebeurt iets.
Ik kan niet goed uitleggen wat. Het is geen kippenvel, al krijg ik dat wel. Het is ook niet gewoon ontroering. Daar is het te groot voor. Zeker als het goed gezongen wordt. Niet noodzakelijk perfect, maar door iemand die je laat geloven dat die woorden ergens vandaan komen.
Uit een leven.
Misschien is gospel wel een soort antiblues.
Niet omdat gospel het verdriet ontkent. Volgens mij juist niet. Gospel en blues komen uit dezelfde aarde. Ze kennen allebei verlies, verlangen, pijn en dagen waarop het leven weinig reden geeft om te zingen.
Alleen doet gospel iets wonderlijks.
De blues zegt:
dit is wat mij is overkomen.
Gospel zegt:
dit is wat mij is overkomen, en ik zing nog steeds.
I will sing of the goodness of God.
Dat dus.
Niet omdat alles goed was.
Niet omdat alles goed kwam.
Niet omdat je overal een antwoord op hebt.
Je zingt omdat je terugkijkt en ergens, tussen alles wat voorbijging, iets ontdekt wat gebleven is.
Noem het God.
Noem het trouw.
Noem het liefde.
Misschien hoef je het niet eens te noemen.
Sommige dingen zijn groter dan de woorden die we ervoor bedacht hebben.
Daarom zingen we ze.
