Ik had geen eclipsbril.
Dat was niet bijzonder goed voorbereid. Er was tenslotte een zonsverduistering aangekondigd en blijkbaar had half Nederland bedacht dat je daar een speciaal stukje karton met folie voor nodig had. De dingen waren op sommige plekken zelfs uitverkocht.
Ik had er geen.
Toch ging ik kijken.
Ik stond amper op de brug toen iemand mij haar bril aanreikte.
“Wil je ook even?”
Meer was het niet.
Ik kende haar niet. Zij kende mij niet. Ze had geen reden om haar bril met mij te delen, behalve misschien de meest eenvoudige reden die er bestaat: zij had iets waarmee je iets bijzonders kon zien en ik niet.
Dus deelde ze het.
Even later keek ik door haar bril naar de zon.
Een hap eruit.
Meer hoefde het eigenlijk niet te zijn.
Wat me achteraf misschien nog wel meer bijblijft dan die verduisterde zon, is die hand met dat brilletje.
Want we zijn behoorlijk goed geworden in het bewaken van wat van ons is.
Mijn huis.
Mijn auto.
Mijn plek.
Mijn mening.
Mijn foto.
Mijn account.
Mijn gelijk.
We zetten wachtwoorden op dingen die niemand wil hebben en hekjes om plekken waar vroeger alleen een sloot voldoende was.
Maar zet een groep mensen op een brug en laat de maan voor de zon schuiven en ineens kan een bril van iedereen zijn.
Niet voorgoed natuurlijk.
Gewoon even.
Lang genoeg om te kijken.
Misschien hebben mensen daar bijzondere gebeurtenissen voor nodig. Een zonsverduistering, een Elfstedentocht, een enorme onweersbui, een gestrande automobilist of iets anders waardoor de gewone orde een paar minuten niet helemaal geldt.
Dan gebeurt er iets merkwaardigs.
We kijken dezelfde kant op.
Letterlijk in dit geval.
Niemand op die brug had een eigen zon. Niemand kon een beter exemplaar kopen. Er was geen premiumversie zonder maan ervoor. Voor een paar minuten was er één verschijnsel boven ons waar niemand eigenaar van was.
En dus werd delen vanzelfsprekend.
Dat vind ik misschien het mooiste van zo’n eclips.
Niet dat de maan precies voor de zon langs beweegt. Dat is indrukwekkend, maar de hemellichamen hebben daar zelf vermoedelijk weinig last van.
Het bijzondere gebeurt hier beneden.
Iemand ziet dat een ander niet kan kijken en steekt haar hand uit.
“Hier.”
Misschien maken we samenleven soms veel ingewikkelder dan nodig.
We hoeven niet alles te delen. We hoeven het niet overal over eens te zijn. We hoeven elkaar niet eens te kennen.
Soms is het genoeg dat jij iets hebt waardoor een ander ook even kan kijken.
En dat je het aanreikt.
Ik had geen eclipsbril.
Blijkbaar had ik die ook niet nodig.
Er stond iemand op de brug die er wel een had.
