Sommige auto's vergeet je zodra je de sleutel hebt ingeleverd.

Andere blijven een leven lang met je meerijden.

Ik mis mijn DAF 46 Super Luxe uit 1974 nog steeds. Niet omdat hij geweldig reed, want dat deed hij eerlijk gezegd niet. Hij was langzaam, maakte zijn eigen karakteristieke geluid en de Variomatic deed precies waar hij zelf zin in had. Nee, ik mis hem vanwege zijn charme. Vanwege zijn verhaal.

Ik kocht hem voor vijfhonderd gulden. Hij stond in de garage van de schoonouders van mijn broer Jan. Nog geen week later reed ik met drie klasgenoten via Leeuwarden naar Aeolus in Sexbierum voor een schoolproject. Op de terugweg begon de motor steeds slechter te lopen. Met heel veel moeite haalde ik Drogeham nog.

Foeke keek één keer onder de motorkap.

“De motor is overleden.”

De volgende ochtend zaten we aan de koffie in de oude caravan die dienstdeed als schaftkeet bij zijn autoschadebedrijf. Zijn medewerker Auke luisterde naar het verhaal, nam een slok koffie en zei heel rustig:

“Ik weet nog wel zo'n DAF te staan.”

“Waar?”

“In Kollumerzwaag. We kunnen wel even kijken.”

We reden het erf op van een klein huisje. Naast het huis, in de schaduw, stond inderdaad een DAF 46. Er kwam een oud mannetje naar buiten. Een echte Wâldpyk.

Ik vroeg: “Is die DAF te koop?”

Hij keek naar de auto en zei:

“Foar fyftich gûne meist 'm meinimme.”

Auke keek mij aan.

“Heb je een sleepkabel?”

Even later hing de DAF achter Auke's auto en zat ik met trillende handen achter het stuur van de gesleepte auto. Remmen was niet bepaald de sterkste kant van een DAF aan een sleepkabel. Toen we eindelijk het erf in Drogeham opdraaiden, stapte Foeke naar buiten, keek even en zei:

“Fan 'e jûn mar efkes sleutelje.”

Om zeven uur begonnen we.

Motorkappen eraf.

De voorste dwarsbalk eruit.

Van beide auto's de motor los.

Een uur later hing de donormotor, met slechts 34.000 kilometer op de teller, al in mijn eigen DAF.

“Sleutel maar om.”

Hoppa.

Hij liep meteen.

Foeke luisterde even, knikte tevreden en zei:

“No, dat gie moai. Dat kapke is ek wol kreas. Dy sette we ek om.”

Maar daarmee was het project nog lang niet klaar.

In mijn vrije tijd begon het echte werk.

De bodem had een paar rotte plekjes. Die laste ik zelf dicht. Dat ging eigenlijk verrassend goed.

Tot ik op een avond tijdens het lassen opkeek en dacht:

Waarom staat de DAF vol rook?

De vloerbekleding stond in brand.

Niet een beetje.

Gewoon weg.

Het eerste gevoel was paniek.

Het tweede gevoel was opluchting.

Er stond immers nog een donor-DAF achter op het erf.

De originele rode vloerbekleding verhuisde naar mijn auto en niemand zag later nog dat er ooit brand was geweest.

Daarna begon het eindeloze schuren.

Plamuren.

Weer schuren.

Nog eens plamuren.

En honderd keer vloeken dat niets helemaal recht leek.

Foeke keek op een avond naar de auto en zei:

“Gewoon rood spuiten kan. Desnoods met blanke lak. Maar ik weet iets beters.”

Ford had op de Sierra een prachtige rode parelmoerlak.

Dat moest het worden.

Toen de DAF eindelijk de spuitcabine in mocht, plakte ik hem af alsof mijn leven ervan afhing. Nog nooit had ik zo zorgvuldig afgeplakt.

Foeke trok zijn witte overall aan, liep de cabine in en deed de deur dicht.

Ik stond buiten en gluurde door het kleine kijkraampje.

Meer dan iets roodachtigs zag ik niet.

Na een klein uur ging de deur open.

Foeke kwam naar buiten.

Ik zie hem nog staan.

Die zelfvoldane grijns.

“En?” vroeg ik.

Hij glimlachte.

“Ja... is klear. Is knap slagge.”

De volgende ochtend haalden we voorzichtig al het papier van de auto. De deuren gingen open. Heit en Mem kwamen achterom om te kijken.

Toen mocht de DAF voor het eerst naar buiten.

De zon raakte de motorkap.

Iedereen was stil.

Het rood veranderde op de ronde spatborden langzaam in oranje, om daarna een paarse gloed te krijgen. De parelmoerlak leefde.

Heit liep een rondje om de auto, keek nog eens goed en zei:

“No... dat is knap slagge.”

Pas toen zag ik wat Foeke de avond ervoor al wist.

Niet alleen de lak was prachtig.

Er zat geen deukje of krasje meer in.

Alles wat ik had geschuurd, geplamuurd en voorbereid, kwam ineens samen.

Ik denk dat Foeke trots was op zichzelf.

Maar stiekem ook een beetje op mij.

En toen gebeurde er iets wat ik pas jaren later echt ben gaan beseffen.

Die DAF werd niet alleen mijn mooiste auto.

Hij werd het begin van mijn leven met Cynthia.

Vandaag is het precies 34 jaar geleden dat ik haar meenam naar de bioscoop. We gingen naar Basic Instinct. Hoe bedenk je het.

Na afloop stonden we bij de DAF.

Ik leunde tegen de motorkap.

En daar gaf ik Cynthia onze eerste zoen.

Zeven jaar later trouwden we.

Vandaag zijn we 27 jaar getrouwd.

Misschien is dat wel waarom ik die DAF nog steeds mis.

Niet omdat hij goed reed.

Niet omdat hij bijzonder waardevol was.

Maar omdat hij getuige was van het begin van een leven dat veel mooier werd dan ik toen had kunnen dromen.

Sommige auto's brengen je van A naar B.

Mijn DAF bracht mij naar Cynthia.