De vijfde toren verdwaalde niet.

Ze wist alleen nooit waarom een toren op één plek zou moeten blijven staan.

Maandag stond ze naast It Kofjehûs. Dinsdag aan de rand van de Greide. Woensdag blokkeerde ze een weg die volgens Tersake van openbaar nut was.

‘U kunt hier niet staan,’ zei hij.

De toren stond er donderdagochtend niet meer.

Kwartsoog probeerde haar op de kaart te krijgen. Telkens wanneer hij zijn potlood neerzette, kraakte ergens achter hem een fundering.

Hij tekende uiteindelijk alleen haar route.

Die liep in een keurige rechte lijn naar alle plaatsen waar ze nooit was geweest.

Binnen veranderden de trappen van richting zodra iemand vroeg waar ze heen gingen. De noordkamer keek uit op het zuiden. De uitgang kwam meestal uit bij een deur die je onderweg had overgeslagen.

Op de bovenste verdieping hing één bord:

U BENT NIET VERKEERD.
U BENT ER NOG NIET.

Wie haast had, liep uren rond.

Wie ergens ging zitten, vond binnen enkele minuten de deur.

De Dwaaltoren bewaakte geen bestemming. Ze bewaakte het recht om niet rechtstreeks te hoeven gaan.

Soms stond ze midden in Denkdorp. Soms ver buiten de kaart. Eén nacht werd ze gezien naast Toren IV, hoewel niemand zich de volgende ochtend herinnerde welke van de twee daar eerst had gestaan.

Alleen Bram beweerde dat hij het wist.

Hij zei:

‘Kwaak.’

Daar kon Kwartsoog niets tegenin brengen.


Je bent er bijna geweest.

Kwartsoog zag jullie vanmorgen langs Toren V lopen. Of XI. De toren stond net haar nummer te verwisselen en deed alsof ze een verlaten watermolen was.

Bram kwaakte links.

Jij ging rechts.

Uitstekend.

Bij de volgende kruising staat geen bord. Volg dat vooral niet. Als je laarzen ineens droog worden, ben je te ver. Wanneer het pad zich begint te herinneren waar jij gisteren liep, moet je juist rechtdoor afslaan.

De Dwaaltoren houdt de deur alvast ergens anders voor jullie open.

Goedverdwaald.