De elf plaatsen in de Stad der Torens waren bezet.

Dat stond op de kaart, in het register en op drie formulieren die elkaar tegenspraken maar het op dit punt roerend eens waren.

Er was geen plaats voor een Eclipstoren.

Tersake bracht het slechte nieuws persoonlijk naar Bouwbedrijf De Torenvalk.

Bel Torenvalk stond bij een lege bouwplaats met een rol tekeningen onder zijn arm. Achter hem lagen steigerpalen, stenen en precies genoeg hout voor een toren die niet gebouwd mocht worden.

‘Dat kan niet,’ zei Tersake.

‘Wanneer zullen we beginnen?’ vroeg Bel.

‘Niet. Er zijn al elf torens.’

‘Ik zie er nu geen.’

Tersake wees naar de verte. Daar stonden ze. Minstens een paar. De Dwaaltoren telde op zulke dagen niet mee omdat zij elders deed alsof ze een watermolen was.

‘Op papier zijn het er elf.’

Bel rolde de tekening uit.

Er stond niets op.

‘Waar is de toren?’

‘Achter het licht.’

Tersake keek omhoog.

De maan schoof voor de zon.

Het landschap werd stil. Niet donker, maar anders licht. Alsof de dag even vergat hoe een dag hoorde te kijken.

Toen stond de toren er.

Smal. Hoog. Van oude baksteen. Rondom steigers die tegelijk nieuw en eeuwenoud leken. Bovenin zat geen lamp. Alleen een rond venster waar de zon precies niet doorheen scheen.

Bram stond bij de sloot met een eclipsbril op.

Die had hij al.

‘Dit is een twaalfde toren,’ zei Tersake.

‘Nee,’ zei Bel. ‘Dit is wat er tussen elf torens gebeurt wanneer u even niet telt.’

Tersake pakte formulier 12-E.

Het papier was zwart geworden. Alleen één regel bleef leesbaar:

TIJDELIJK NIET AANTOONBAAR

In de toren liep een trap omlaag naar de bovenste verdieping.

Daar hing aan de muur een lijst met alle dingen die mensen pas opmerkten toen ze even verdwenen.

Geluid.

Tijd.

Iemand aan tafel.

Een droom.

De zon.

Tersake bleef lang genoeg staan om te vergeten waarvoor hij een vergunning nodig had.

Toen schoof de maan verder.

Het gewone licht keerde terug.

De steigers waren weg.

De toren ook.

Op het gras stond alleen Bel Torenvalk. Hij rolde de lege tekening op.

‘Afgekeurd,’ zei Tersake.

‘Opgeleverd,’ zei Bel.

‘Waar is hij dan?’

Bel wees naar Tersakes schaduw.

Daar stond een toren die het licht niet nodig had om gezien te worden.

Bij de sloot zette Bram zijn eclipsbril af.

‘Kwak.’

Sindsdien verschijnt de Eclipstoren alleen wanneer iets wat vanzelfsprekend leek even uit beeld verdwijnt.

Niet als nummer twaalf.

Niet als vervanging van één van de elf.

Gewoon ertussenin.

Bel Torenvalk geeft geen garantie.

Alleen een opleverdatum.

Die staat gepland tijdens de volgende verduistering.