Buurman kwam binnen met een houten kist.
“Wat zit daarin?”
“Een irrasociatiemeter.”
“Wat meet die?”
“Dingen die niets met elkaar te maken hebben.”
Buurman keek in de kist.
Er zat een rolmaat in, een stuk touw, een oude DAF-sleutel, een foto van Hugh Cassar en een half opgegeten hondenkoekje.
“Hoe werkt hij?”
“Eenvoudig. Je stopt er twee losse gedachten in. Als er geen verband bestaat, brandt het groene lampje.”
“En als hij wél een verband vindt?”
“Dan is hij stuk.”
Dat klonk logisch genoeg om onmiddellijk te beginnen.
Ze plaatsten de meter op de werkbank. Rosco kreeg een bouwhelm op en ging ernaast zitten alsof hij hiervoor was opgeleid.
“Eerste test,” zei Buurman. “Een DAF 46 en een fotografisch manifest.”
De meter begon te brommen.
Er verscheen een rood lampje.
“Stuk.”
“Of er is een verband.”
“Onmogelijk.”
Op dat moment rolde buiten een rode DAF voorbij. Op de motorkap zat Bram. Hij droeg een eclipsbril en hield een bord omhoog:
KIJK LANGZAAM.
Buurman pakte een hamer.
“Tweede test. Hugh Cassar en Horsewei.”
De meter piepte.
Buiten stond ineens een man koffie te drinken naast een houten Julia die aan een touwtje uit de Dwaaltoren hing.
“Alweer stuk.”
Rosco knikte ernstig.
Voor de derde test stopten ze Buurman & Buurman zelf in de meter.
Niet letterlijk. Daar was de kist te klein voor.
Ze gebruikten twee pasfoto’s.
Het apparaat begon te ratelen. Een tandwiel sprong los, het touw draaide om de rolmaat en de oude DAF-sleutel verdween door een opening die er daarvoor niet was geweest.
Drie minuten later stond er een nieuwe toren in de tuin.
Tersake verscheen met een formulier.
“Is hiervoor toestemming verleend?”
“Welke toren?”
Tersake keek om.
De toren was verdwenen.
Op de plek waar hij had gestaan, zat alleen Bram.
“Kwaak.”
De irrasociatiemeter gaf groen licht.
“Mooi,” zei Buurman. “Hij werkt weer.”
Toen kwam Kwartsoog langs. Hij bekeek de meter van alle kanten en las het messing plaatje op de voorkant:
IRRASOCIATIEMETER
Meet verbanden die er niet zijn.
Vindt hij er toch één? Bel Torenvalk.
Kwartsoog glimlachte.
“Er ontbreekt iets.”
“Wat dan?”
“De uitknop.”
Buurman keek naar Buurman.
Buurman keek naar Rosco.
Rosco keek naar de nieuwe toren, die inmiddels drie tuinen verderop weer was verschenen.
“Die heeft hij niet,” zei Buurman.
“Waarom niet?”
“Dan zou hij kunnen stoppen.”
Ze vonden dat allebei een verontrustende gedachte.
De meter begon opnieuw te brommen.
Ergens in Sursirai verscheen een houten bord:
AJETOOOOO
Niemand had het gemaakt.
Maar vreemd genoeg klopte het.
