Op mijn eerste werkdag in de hemel bleek al snel dat er logistiek gezien het nodige achterstallig onderhoud was.

Ik meldde me om acht uur bij de Gouden Poort. Petrus zat achter een houten tafeltje met een enorm boek voor zich. Naast hem stond een ganzenveer in een potje.

“Goedemorgen,” zei ik.

“Naam?”

“Arie.”

Hij bladerde.

“Je staat er niet in.”

“Dat klopt. Ik kom hier werken.”

Hij keek op.

“Werken?”

“Logistiek.”

Hij keek achter zich naar een rij die ergens achter een wolk verdween.

“Dan kom je als geroepen.”

Dat vond ik zelf ook.

Het probleem was eigenlijk vrij eenvoudig. Iedereen die overleed, kwam bij dezelfde poort terecht. Zonder afspraak, zonder tijdslot en, voor zover ik kon vaststellen, zonder enige vorm van capaciteitsplanning.

“Hoeveel komen er gemiddeld per dag?” vroeg ik.

Petrus haalde zijn schouders op.

“Wisselt.”

“Hebben we historische data?”

Hij wees naar het boek.

Ik keek naar het boek.

“Excel?”

“Nee.”

“Atlas?”

“Nee.”

“Een dashboard?”

Hij keek me aan alsof ík zojuist was overleden.

Om kwart over acht had ik voldoende gezien.

“Dit moet anders.”

Om negen uur stonden er zes borden.

RIJ 1 — ZONDAREN
RIJ 2 — GESTORVEN WEGENS OUDERDOM
RIJ 3 — NIET OPGELET BIJ HET AUTORIJDEN
RIJ 4 — ONKUNDIGE ARTSEN
RIJ 5 — TE JONG OVERLEDEN
RIJ 6 — DE REST

Het werkte onmiddellijk.

Tot een man van 96 zich bij rij 2 meldde.

“Hebt u gezondigd?” vroeg ik.

Hij keek naar zijn schoenen.

“Wat verstaat u onder gezondigd?”

“Rij 1.”

“Maar ik ben 96!”

“Dat kan wel zijn, maar zonde gaat voor leeftijd.”

Daarmee hadden we meteen onze eerste bedrijfsregel.

Ik schreef hem op een stuk karton:

BIJ MEERDERE CATEGORIEËN HEEFT ZONDE PRIORITEIT.

God kwam even kijken.

“Mooi,” zei Hij.

“Dank u.”

“Is dat niet wat streng?”

“U hebt mij aangenomen voor de logistiek.”

“Ook weer waar.”

Het volgende probleem was de toelating.

Tot dan toe liep iemand naar Petrus, Petrus zocht de naam op, stelde wat vragen, keek bedenkelijk omhoog en nam vervolgens een besluit.

Gemiddelde verwerkingstijd: zeven minuten.

Volstrekt onacceptabel.

Ik liet voor de poort een stip op de grond schilderen.

Daarboven kwam een bord.

TOELATINGSPROCEDURE

Ga op de stip staan. U wordt gewogen.

🟢 GROEN — Doorlopen naar de Gouden Poort.
🔴 ROOD — Achteraan aansluiten.
🟠 ORANJE — Wacht tot het licht gedoofd is. Er kan nog een trein komen.

Petrus las het bord twee keer.

“Welke trein?”

“Geen idee.”

“Rijdt hier een trein?”

“Niet dat ik weet.”

“Waarom staat het er dan?”

“Omdat mensen bij oranje anders doorlopen.”

Hij knikte langzaam.

“Je hebt dit vaker gedaan.”

“Logistiek is overal hetzelfde, Petrus.”

Om elf uur ontstond de eerste opstopping.

Een echtpaar was samen op de stip gaan staan.

Het systeem gaf rood, groen en oranje tegelijk en begon daarna te piepen.

Ik trok de stekker eruit.

Tien minuten later hing er een extra A4’tje:

MAXIMAAL ÉÉN OVERLEDENE TEGELIJK OP DE STIP.

“Dat stond er niet,” zei de man.

“Daarom hangt het er nu.”

Rond lunchtijd begon het aardig te lopen. Rij 3 bleek verrassend druk. Rij 4 was kleiner, maar daar werd aanzienlijk meer gediscussieerd.

“Ik was chirurg,” zei iemand verontwaardigd.

“Dat zie ik.”

“Ik heb duizenden mensen geholpen.”

“Dat zal best.”

“Waarom sta ik dan hier?”

Ik keek op mijn lijst.

“Verkeerde knie.”

Hij zweeg.

“Rij 4.”

Bij rij 5 deden we het anders.

Geen formulieren. Geen stip. Geen wachtrij.

Daar liep Petrus zelf naartoe.

Over rij elf was al eerder iets afgesproken. Maar dat is een ander verhaal.

Sommige processen moet je niet optimaliseren.

Om drie uur kwam God opnieuw langs.

Hij bekeek de zes rijen, de stip, het stoplicht en Petrus, die inmiddels met een scanner rondliep.

“En?”

“Doorlooptijd met 63 procent verminderd.”

“Mooi.”

“Foutmarge bijna nul.”

“Prachtig.”

“Alleen rij 1 loopt op.”

God keek naar de enorme rij.

“Kunnen we daar een tweede poort openen?”

Ik keek Hem aan.

“Dat had U eerder moeten zeggen.”

De volgende ochtend stond er naast de Gouden Poort een tweede doorgang.

GOUDEN POORT 2 — ALLEEN ZONDAREN MET MAXIMAAL DRIE LICHTE OVERTREDINGEN

Daaronder hing alweer een A4’tje.

BEGEERTE TELT MEE.

Petrus vond het prachtig.

Zelfs het grote boek was verdwenen. We hadden inmiddels een eenvoudig systeem gebouwd: HeitOS Celestial. Geen ingewikkeld gedoe. Naam erin, categorie erbij, stip, licht, poort.

God wilde er eerst kunstmatige intelligentie aan toevoegen.

“Niet nodig,” zei ik.

“Waarom niet?”

“Als iemand 96 is, drie keer getrouwd is geweest, belasting heeft ontdoken en met 140 kilometer per uur tegen een boom is gereden, weet ik zonder AI ook wel waar hij moet staan.”

“Rij 1?”

“Precies.”

Aan het einde van de week liep de hemelpoort als een zonnetje.

Geen opstoppingen meer. Geen zoekgeraakte overledenen. Petrus had tijd voor koffie en God kreeg iedere ochtend automatisch een rapportage.

Gisteren ontvangen: 164.382
Groen: 91.204
Oranje: 48.117
Rood: 25.061
Gemiddelde doorlooptijd: 2 min. 14 sec.
Treinen waargenomen: 0

Over dat laatste stelde niemand vragen.

Dat leek me verstandig.

Sommige procedures bestaan namelijk niet omdat ze logisch zijn.

Ze bestaan omdat ooit iemand bij oranje gewoon is doorgelopen.

En zelfs in de hemel weet men inmiddels:

daar begint alle ellende mee.