Vanmorgen kreeg ik mijn nieuwe oren.

Dat klinkt dramatischer dan het was. Sieds zette twee verrassend kleine Phonak Naída’s achter mijn oren, klikte wat op zijn computer en keek vervolgens naar mij met de blik van een man die zojuist persoonlijk het gehoor had uitgevonden.

Ik had grotere apparaten verwacht. Super Power heet dat tenslotte. Dan verwacht je iets waarvoor minimaal een aanhanger en een krachtstroomaansluiting nodig zijn. Maar ze zijn zelfs kleiner dan mijn oude Oticon Xceeds.

En comfortabel.

Verdacht comfortabel zelfs.

Toen kwam de spraaktest. Ook goed. Nog een beetje winst mogelijk bij de zachte hoge tonen, maar verder verstond ik hem uitstekend. Dat laatste is bij een audicien natuurlijk handig; anders blijft zo’n gesprek toch wat eenzijdig.

Daarna het volume omhoog.

Nog wat verder.

Nog verder.

Geen gefluit.

Sieds werd zichtbaar gelukkig. Ik trouwens ook. De oorstukjes sluiten blijkbaar zo goed af dat er bijna over de hele volumebreedte nog ruimte over is voordat de boel besluit zichzelf als kanarie te gedragen.

Bluetooth geprobeerd. Prima. Telefoon rechtstreeks in mijn oren. Ook prima.

En toen ontdekte ik dat ik in de Phonak-app zelf aan een equalizer kan sleutelen.

Ik heb hem niet aangeraakt.

Kijk, dát heet levenservaring.

Over vier weken is de controle. Tot die tijd moeten ze zich bewijzen tussen mensen, machines, honden, muziek, wind en alles wat de wereld verder noodzakelijk vindt om geluid bij te maken.

Bij het afscheid drukte Sieds me ook nog een doosje Rayovac-batterijen in handen.

Nieuwe oren, uitstekende spraak, geen feedback, goede Bluetooth en een doos batterijen op de koop toe.

Ik weet alleen nog steeds niet wie er vanmorgen blijer keek.

Sieds of ik. 😄