Er was een tijd dat koffie het antwoord was op alles. Tegenwoordig lijkt het alsof de halve wereld met een felgroene beker rondloopt. Matcha. Niet zomaar thee, maar fijngemalen groene theebladeren die je volledig opdrinkt in plaats van alleen een aftreksel.

Het begint onschuldig.

“Wil je koffie?”

“Nee hoor, ik doe tegenwoordig aan matcha.”

Een week later staat er een bamboekloppertje in de keuken. Daarna een speciale kom. Vervolgens blijkt dat water precies 80 graden moet zijn, want bij 81 graden kijkt iemand je meewarig aan alsof je zojuist ketchup over sushi hebt gegooid.

Voor je het weet hoor je zinnen als:

“Deze heeft tonen van gras, spinazie en innerlijke rust.”

Ondertussen denkt de buurman:

“Volgens mij drink je gewoon een vloeibaar gazon.”

Toch zit er iets moois in die matchamanie. Even stilstaan. Rustig kloppen. Niet snel een beker koffie achteroverslaan, maar een paar minuten aandacht geven aan één kopje. Misschien is dat wel het echte geheim. Niet de groene kleur, maar het groene licht dat je jezelf even geeft.

En over een paar jaar?

Dan lopen we waarschijnlijk allemaal weer met iets paars rond.

Want hypes komen en gaan.

Maar een goed kopje thee blijft gewoon een goed kopje thee.