Er bestaat een hardnekkig misverstand over fotografie.
Dat een fotograaf vooral achter een computer zit.
Dat de mooiste beelden uiteindelijk verdwijnen in een oceaan van schuifjes, voortgangsbalken en exportvensters.
Dat hoort er nu eenmaal bij.
Tenminste, dat dacht ik ook.
Tot deze zomer.
Terwijl de camper rustig aan het water stond en de honden af en toe besloten dat een rondje belangrijker was dan een beeldscherm, werkte ergens anders een computer onverstoorbaar verder.
Niet op de camping.
Gewoon thuis.
Bijna negenhonderd trouwfoto’s lagen daar te wachten op hun volgende stap. Selecteren. Controleren. Bewerken. Exporteren. Werk waar aandacht voor nodig is, maar niet voortdurend mijn aanwezigheid.
De laptop stond niet naast de campingstoel. Hij stond honderden kilometers verderop, gewoon thuis. Dat voelde de eerste keer vreemd. Inmiddels voelt het bijna vanzelfsprekend.
Af en toe pakte ik mijn telefoon.
“Hoe ver ben je?”
Er kwam geen enthousiast antwoord terug. Computers zijn niet zo spraakzaam. Ze doen gewoon hun werk.
En dat was precies de bedoeling.
Terwijl ik koffie dronk, een wandeling maakte of een praatje hield met mensen die je alleen op een camping tegenkomt, gingen de voortgangsbalken thuis rustig verder. Niet omdat de fotografie minder belangrijk was, maar omdat ik eindelijk had geaccepteerd dat niet alles mijn handen tegelijk nodig heeft.
De regie bleef bij mij.
Ik bepaalde welke beelden belangrijk waren. Ik keek na. Ik maakte keuzes. Ik leverde uiteindelijk de reportage op.
Alleen stond ik daar niet meer urenlang naast terwijl de computer hetzelfde kunstje honderden keren herhaalde.
Toen de laatste bestanden klaar waren, werd een complete trouwreportage van bijna negenhonderd beelden afgeleverd.
Vanaf de camping.
Dat klinkt bijna als een reclametekst, maar eigenlijk gaat het helemaal niet over techniek.
Het gaat over vertrouwen.
Vertrouwen dat een goed systeem ook zonder jouw voortdurende aanwezigheid kan blijven draaien.
Misschien is dat wel de grootste winst van kunstmatige intelligentie.
Niet dat zij creatiever wordt.
Maar dat de fotograaf weer fotograaf mag zijn.
Dat er tijd ontstaat om naar een zonsondergang te kijken zonder ondertussen zenuwachtig aan een exportvenster te denken.
Dat een onverwacht gesprek op een terras belangrijker mag zijn dan een voortgangsbalk van 73 procent.
En dat een reportage niet meer vastzit aan een bureau.
De foto’s werden nog steeds met aandacht gemaakt. Ze werden nog steeds met aandacht gecontroleerd.
Alleen de reis tussen camera en klant zag er ineens heel anders uit.
Misschien is dat wel de echte luxe.
Niet sneller werken.
Maar vrijer leven.
