De derde toren werd niet ontdekt.

Hij werd opgemerkt.

Dat verschil was klein, maar de toren stond erop.

Hij stond tussen het riet, waar het Paad ophield bij stil water. Laag, breed en zonder klok. Geen bord, geen bewaker en geen openingstijden.

Alleen een bankje.

Op het bankje lag een veer.

Tersake ging zitten.

Hij deed dat uitsluitend om vast te stellen of het bankje veilig was. Daarna bleef hij zitten om te controleren of die veiligheid aanhield.

Aan de overkant riep iemand iets.

Het geluid bereikte het midden van het water en legde zich daar neer.

Een eend kwaakte.

Ook die kwaak kwam niet aan.

De eend keek verbaasd, maar leek daarna opgelucht dat zij het laatste woord niet hoefde te hebben.

Tersake stond op en opende de deur.

Binnen was één ruimte. Kale steen, een houten tafel en elf stoelen. Op iedere stoel lag een ongeopende brief.

Hij pakte de eerste.

Op de envelop stond:

VOOR WIE NIET METEEN ANTWOORDT.

‘Van wie zijn deze?’ vroeg hij.

Niemand antwoordde.

Dat vond hij aanvankelijk onbehoorlijk.

Hij pakte de tweede brief.

VOOR WIE NOG NIET WEET WAT HIJ VINDT.

De derde was blanco.

Tersake wilde haar openmaken, maar merkte dat hij voor het eerst nergens haast mee had.

Hij ging zitten.

Buiten streek de wind door het riet. Binnen hoorde je alleen wat je zelf meebracht.

Een zin die iemand gisteren had gezegd.

Een antwoord dat te snel was gekomen.

Een naam die je al een tijd niet meer hardop had uitgesproken.

Tersake dacht aan alle vergaderingen waarin stilte onmiddellijk was opgevuld omdat iemand haar voor leegte aanzag.

Hier voelde zij niet leeg.

Meer als een stoel die bewust vrijgehouden werd.

Na een tijdje schoof hij de blanco brief naar zich toe.

Er stond nu één regel op:

U HOEFT HIER NIETS ACHTER TE LATEN.

Hij vouwde het formulier dat hij uit gewoonte had meegenomen dubbel en stak het terug in zijn jas.

Toen hij buiten kwam, lag de veer nog op het bankje.

Hij liet haar liggen.

Op de Lânkaart verscheen die avond Toren III.

Niet als symbool, maar als een kleine lege plek tussen twee wegen.

Wie erop drukte, kreeg geen melding.

Wie ernaartoe liep, zag onderweg minder borden.

En wie uiteindelijk op het bankje ging zitten, begreep waarom deze toren geen klok had.

Stilte hoeft nergens op tijd te zijn.