De tweede toren stond niet op de kaart.
Dat was niet omdat Kwartsoog haar vergeten was. Hij had haar driemaal getekend. Iedere keer verscheen ze de volgende ochtend iets verder naar links.
Uiteindelijk schreef hij op de lege plek:
HIER STAAT IETS, BEHALVE WANNEER U KIJKT.
Tersake ging poolshoogte nemen.
De toren was smaller onderaan dan boven, helde een beetje naar het westen en had ramen op plekken waar binnen geen verdieping kon zijn. Bovenop stond een enorm vergrootglas.
Het wees naar een paaltje.
Naast het paaltje zat een klein vogeltje.
Het vergrootglas keek er precies langs.
‘Onjuist afgesteld,’ concludeerde Tersake.
Bij de ingang hing geen formulier. Alleen een regel:
Wie hier binnenkomt, hoeft niets te begrijpen.
Dat vond Tersake onbegrijpelijk.
Hij stapte naar binnen.
In de eerste kamer stond een tafel met daarop een steen. Niet een bijzondere steen. Geen edelsteen, meteoriet of versteend overblijfsel van iets waarvoor een museum subsidie zou aanvragen.
Gewoon een steen.
‘En?’ vroeg de torenwachter.
‘Wat moet ik zien?’
‘Dat weet ik niet.’
‘Waarom ligt hij hier?’
‘Nu kijkt u.’
Tersake boog voorover. In een kleine kier groeide mos. Daarin stond een paddenstoel die kleiner was dan een komma.
Hij pakte zijn potlood.
‘Moet dit geregistreerd worden?’
‘Dan verdwijnt hij waarschijnlijk.’
Tersake liet het potlood liggen.
Op de tweede verdieping hing een deur horizontaal tegen het plafond. Op de derde liep een trap naar een raam dat uitzicht gaf op de kamer waar hij zojuist vandaan kwam.
Boven wachtte het vergrootglas.
Tersake keek erdoorheen.
Het paaltje werd enorm.
De vogel bleef onzichtbaar.
‘Uw instrument mist het belangrijkste,’ zei hij.
‘Nee,’ zei de torenwachter. ‘Het laat ruimte over om het zelf te vinden.’
Toen pas keek Tersake naast het glas.
Het vogeltje vloog op.
Niet spectaculair. Geen boodschap uit de toekomst. Geen kroon, geen sleutel en geen administratieve bestemming.
Gewoon twee vleugels in het ochtendlicht.
Tersake keek het na tot het verdween.
Beneden lag zijn aktetas nog naast de steen.
Hij liet haar staan.
Sindsdien verschijnt de Toren van de Verwondering alleen aan mensen die ergens anders naar zoeken.
Wie haar doelbewust bezoekt, treft meestal een paaltje.
En soms, wanneer niemand probeert te begrijpen waarom, zit daar een vogeltje naast.
