De volgende ochtend stonden er zes stoelen.
Tersake telde er vijf.
Dat stond op zijn formulier en formulieren vergissen zich alleen wanneer daar een apart formulier voor bestaat.
Op de zesde stoel zat een vogel.
Roze-bruin verenkleed. Zwarte snorstreep. En op iedere vleugel een helder blauw stukje toekomst, netjes afgezet met zwart.
‘Naam?’ vroeg Tersake.
‘Vlaamse gaai.’
Tersake schreef:
THE FLEMISH GAY
De vogel keek naar het formulier.
Daarna naar Tersake.
Toen pikte hij één keer tegen de pen en zette er een i bij.
‘Gaai,’ zei hij.
‘Dat scheelt één letter,’ zei Tersake.
‘En een volledig verkeerd verhaal.’
Tersake begon opnieuw.
‘Herkomst?’
‘De toekomst.’
‘Ik bedoel geografisch.’
‘U bedoelt administratief.’
Dat vond Tersake geen antwoord, maar wel een correcte observatie.
‘Bestemming?’
De Vlaamse gaai keek naar de vijf anderen. Naar de Toren der Verlichting. Naar het sleutelgat waardoor inmiddels meer bezoekers waren binnengekomen dan door de voordeur.
‘Hier.’
‘Reden van bezoek?’
De gaai legde een eikel op tafel.
‘Bos.’
‘Dit is een toren.’
‘Nog wel.’
Notsnol zette een tweede kop koffie klaar.
De opvolgeling schoof zijn stoel iets op.
De Neusjokker zei gezondheid.
Niemand niesde, maar ergens boven hen dwarrelde stof uit een toekomstig plafond.
‘Wat komt u precies brengen?’ vroeg Tersake.
‘Wat jullie later nodig hebben.’
‘En dat is een eikel?’
‘Dat is een bos dat nog niet weet dat het bestaat.’
De eend met de eclipsbril kwaakte.
‘Zij vraagt of de toekomst beter wordt,’ zei Kwartsoog.
De Vlaamse gaai streek zijn blauwe vleugelveren glad.
‘De toekomst wordt niets vanzelf.’
‘Wat moeten wij dan doen?’
‘Iets achterlaten op een plek waar het kan groeien.’
Tersake zocht op zijn formulier naar het vakje groei.
Dat was er niet.
Wel stond er onderaan een regel die hij niet eerder had gezien:
Wat uit de toekomst komt, hoeft er niet menselijk uit te zien.
Tersake keek naar de Vlaamse gaai.
‘Bent u werkelijk rechtstreeks uit de toekomst gekomen?’
‘Straight from the future,’ zei de gaai.
Dit keer schreef Tersake het goed.
De Vlaamse gaai vloog naar het sleutelgat en liet de eikel achter.
Op de plek waar die de tafel raakte, ontstond een kleine groene scheur in het hout.
Geen barst.
Een kiem.
De zesde stoel bleef staan.
Voor het geval de toekomst terugkwam.
Of gewoon een vogel.
Aan de andere kant van de tafel bleef nog een stoel leeg.
Op de leuning stond maar één woord.
GERESERVEERD
Voor wie, stond er niet bij.
In Sursirai is het verschil soms maar één letter.
