Kwartsoog had een nieuwe kaart gemaakt.
Dat gebeurde vaker, maar deze keer stonden er plaatsen op die zelfs hij niet kende.
Ten westen van Denkdorp lag Dwaalstad. Daaronder begon de Ideaalstreek en helemaal aan de rand van het papier stond, in kleine sombere letters:
Doemgehucht
Achterland stond op de achterkant.
Dat was volgens Kwartsoog logisch.
‘Hoe kom je in Dwaalstad?’ vroeg meneer Tersake.
Kwartsoog wees naar een dunne kronkelende lijn.
‘Via de Paardeweg.’
‘Waarom heet die zo?’
‘Omdat er ooit een paard heeft gelopen.’
‘Er hebben op bijna iedere weg paarden gelopen.’
‘Daarom zijn er ook zoveel verkeerde Paardewegen.’
Tersake besloot een commissie in te stellen.
Nog diezelfde middag vertrok hij met de Gangster, die toevallig op doorreis was en graag zijn eigen gang ging. Bij de dorpsgrens stond een richtingaanwijzer.
Dwaalstad 7 km
Dwaalstad 11 km
Dwaalstad gevonden voorwerpen
Ze namen de middelste route.
Na ongeveer vier kilometer kwamen ze bij Watermeter.
Watermeter was geen plaats, maar een man in een blauw uniform die langs de weg op een omgekeerde emmer zat. Voor hem stroomde een smalle sloot.
‘Hoe diep is het?’ vroeg Tersake.
Watermeter keek naar het water.
‘Vandaag?’
‘Natuurlijk vandaag.’
‘Dan moet u morgen terugkomen. Ik meet alleen gisteren.’
Dat verklaarde weinig, maar hij zei het met zoveel overtuiging dat ze hem bedankten en verderliepen.
De Paardeweg voerde door Achterland. Het was er opvallend stil. Zelfs de vogels leken iets te weten wat ze liever niet wilden vertellen.
Halverwege vonden ze een bord:
U verlaat Achterland
Aan de andere kant stond hetzelfde.
Ze liepen nog een uur door en bleven Achterland verlaten.
Tegen de avond zagen ze de eerste huizen van Dwaalstad. De straten liepen in keurige cirkels om het centrum heen. Op iedere hoek stond een plattegrond met een rode stip en de geruststellende mededeling:
U bent hier waarschijnlijk al geweest.
Op het plein zat de plaatselijke wegwijzer.
‘Wij zoeken het centrum,’ zei Tersake.
‘Dan bent u te vroeg afgeslagen.’
‘Waar?’
‘In Denkdorp.’
‘Maar daar zijn we vertrokken.’
‘Precies.’
De Gangster vond dat een uitstekend antwoord en ging alvast zijn eigen gang.
Tersake bleef alleen achter met de kaart. Hij draaide haar om, vouwde haar open, hield haar tegen het licht en ontdekte toen een klein bijschrift dat Kwartsoog onderaan had toegevoegd:
Wie Dwaalstad vindt, heeft niet goed gezocht.
Tersake zuchtte.
‘Dan gaan we maar naar de Ideaalstreek.’
De wegwijzer schudde zijn hoofd.
‘Die bestaat alleen in beleidsstukken.’
‘Doemgehucht dan?’
Op het plein werd het stil.
Een raam sloot.
Iemand trok een kind naar binnen.
De wegwijzer boog zich iets naar voren.
‘Als u naar Doemgehucht gaat, moet u vooral niet naar de weg vragen.’
‘Waarom niet?’
‘Dan weten ze dat u onderweg bent.’
Tersake keek naar de kaart.
Rechtdoor liep de Paardeweg terug naar Denkdorp. Links begon een pad zonder naam. Rechts stond een hek met daarachter vermoedelijk niets.
Hij koos het pad zonder naam.
Niet omdat hij wist waar het heen ging.
Maar omdat hij langzaam begon te begrijpen dat dit in deze streek de betrouwbaarste route was.
De volgende ochtend hing er aan de ingang van Denkdorp een nieuw bord:
Dwaalstad bereikt u door verkeerd te rijden.
Daaronder had iemand met potlood geschreven:
Doemgehucht ook. Alleen merkt u dat later.
