Freddy had drie nachten gedraaid.

Niet letterlijk natuurlijk. Freddy was een computer en computers draaien zelden rondjes. Ze zoemen. Ze knipperen. Ze doen alsof het heel normaal is om achthonderdvijfendertig foto's uit hun jas te trekken en ze daarna één voor één rechtop te zetten.

De maker zat ondertussen op een camping.

Dat was fysiek onmogelijk, had hij gezegd, toen iemand hem waarschuwde nergens aan te komen.

Dus kwam hij nergens aan.

Hij keek alleen af en toe op zijn telefoon.

“Hoever ben je?”

Freddy antwoordde niet. Freddy werkte.

Er waren foto's van handen, schoenen, blikken en mensen die niet wisten dat ze bekeken werden. Er was een bruid. Er was een bruidegom. Er was een man die negentig graden verkeerd om in een stoel zat.

Die laatste moest nog even linksom.

Daarna stonden er zeshonderdveertig beelden in een geheime galerij. Vierhonderdvijftien had de maker zelf vooraan gezet. Tweehonderdvijfentwintig mochten achterin nog hopen dat iemand verliefd op ze werd.

De rest bleef thuis.

Niet iedere foto hoeft mee naar het feest.

Boven de galerij kwam een trouwfoto. Daaronder woorden over kiezen, afwerken en later nog iets kunnen bestellen voor een moeder, een broer of een tante die zichzelf onverwacht mooi vond.

Er kwam een teller.

Nul van honderd gekozen.

Er kwam een knop.

Selectie versturen.

Er kwam zelfs een plek waar de maker later kon zien welke foto's waren gekozen. Dat bleek belangrijk. Dingen ontvangen zonder te weten waar ze gebleven zijn, is een merkwaardige vorm van dienstverlening.

Toen alles eindelijk stond, keek de maker naar het scherm.

Hij zag nog een oud getal.

Drieëntwintig foto's.

Dat kon natuurlijk niet.

Het getal werd zeshonderdveertig.

Daarna bleek de maker geen studio meer te hebben, hoewel de website beweerde van wel.

De studio verdween.

Er stond ook nog een grijs vlak met de woorden:

[foto: sterk portret]

Het grijze vlak verdween eveneens.

Een mens moet weten wanneer hij plaats moet maken voor een echt gezicht.

“Er kan bijna een strikje om,” zei de maker.

Freddy zweeg.

Ergens op een telefoon werd een geheime link doorgestuurd. Aan de andere kant zaten twee mensen die hun trouwdag opnieuw zouden bekijken. Niet in de volgorde waarin hij gebeurd was, maar in de volgorde waarin herinneringen zich aandienen.

Eerst een hand.

Dan een lach.

Dan iemand die even uit beeld dacht te zijn.

Misschien is dat wat een fotograaf uiteindelijk doet.

Niet een dag bewaren.

Niet achthonderdvijfendertig bestanden verwerken.

Niet eens honderd foto's afleveren.

Hij legt een lint om iets wat allang voorbij is en trekt het voorzichtig aan.

Niet te strak.

De herinnering moet nog kunnen ademen.

Freddy knipperde één keer.

De maker keek alweer verder.

Want zodra ergens een strikje om kan, begint er meestal iets nieuws.

“Zucht,” zei de levenskunstenaar.