Het begon volkomen onschuldig.
Een zondagmiddag.
De koffie was nog warm.
Er was geen planning, geen doel en geen enkele reden om de wereld te verbeteren.
Alleen een gesprek.
Zoals goede zondagmiddagen beginnen.
Iemand zei iets over Pinky and the Brain. Een paar minuten later zei iemand “Moo”. Daarna werd het “Kwak”. Vervolgens “Pffff”. En vanaf dat moment nam de irrasociatiemodule het geruisloos over.
Via skûtsjesilen in Langweer, een kelder met een denkbeeldige autocollectie, een John Deere die uiteindelijk geen John Deere bleek te zijn, Meghan Trainor, een Müller-orgel, Excel-formules en een eend die verrassend genoeg Bram bleek te heten, kwamen we terecht op Horsewei.
Maar Horsewei bleef die zondag niet lang Fries.
Er verscheen eerst een Mini met een daktent.
Toen Hyacinth Bouquet, die de H11 onmiddellijk te eenvoudig vond voor een “mobile residence with a view”. Richard verstopte zich achter de camper met een theedoek over zijn hoofd, terwijl Bram haar naam onder de B van Bouquet noteerde. Niet omdat het moest, maar omdat het administratief correct voelde.
Daarna arriveerde Basil Fawlty.
Hij probeerde een niet-startende zitmaaier te repareren met een berkentak. Bram bladerde rustig door de handleiding en wees op de dodemanshendel. De maaier startte direct. Basil werd opgenomen in de administratie onder:
Rubriek B – Ongeautoriseerd Diagnostisch Gereedschap.
Officer Crabtree meldde zich vervolgens met zijn gebruikelijke enthousiasme.
“Good moaning!”
Niemand begreep hem.
Zelfs hijzelf niet helemaal.
Toch kreeg hij koffie.
Dat hielp.
René Artois verscheen met een schilderij dat voortdurend zoekraakte, Herr Flick zocht erachteraan en ergens lag The Fallen Madonna with the Big Boobies uiteindelijk keurig geregistreerd in Brams matrix, naast het koffieservies.
Sherlock Holmes probeerde een nieuwe zaak te openen.
“The game is afoot!”
Bram keek op zijn horloge.
“Nee.”
“’t Is na tienen.”
“De game is afgelopen.”
Holmes kon daar weinig tegenin brengen.
James Herriot onderzocht ondertussen een kerngezonde eend alsof het een medische doorbraak betrof. Siegfried riep aanwijzingen vanaf een klapstoel en Tristan sliep het grootste deel van de inspectie door.
Mr. Humphries stond ondertussen vrolijk af te wassen.
“I’m free!”
Mrs. Slocombe maakte zich vooral zorgen om Pussy.
Hyacinth om haar Royal Doulton.
En Bram?
Die hield de begroting van het afwasmiddel bij.
Zelfs de koningin kwam nog even langs.
Ze keek uit over de Friese weilanden en zei slechts:
“Quite peaceful.”
Prins Philip kroop onder de H11 vandaan.
“I’ve seen newer Stonehenge.”
Bram keek op van zijn kopieerblok.
“APK tot april.”
Philip knikte.
“Carry on.”
Tegen de avond leek het hele Britse televisiearchief zich rondom het kampvuur verzameld te hebben.
René.
Crabtree.
Basil.
Holmes.
Elton John achter de pianola.
James Herriot.
Siegfried.
De Queen.
Prins Philip.
Een paar corgi’s.
En ergens liep Mr. Bean geruisloos met Teddy richting zijn Mini met daktent.
Iedereen sprak.
Iedereen maakte zich druk.
Iedereen speelde zijn eigen rol.
Behalve Bram.
Hij schonk koffie in.
Keek nog één keer over het terrein.
De H11 stond waar hij hoorde.
De zitmaaier ook.
De eenden waren rustig.
Het vuur brandde.
Hij pakte zijn vulpen.
Schreef de laatste regel van de dag.
Geen bijzonderheden.
Arie keek op.
“Geen bijzonderheden?”
Bram haalde zijn schouders op.
“De koffie is warm.”
“Het gras groeit morgen vanzelf weer.”
Hij sloot de map.
Klik.
En zo veranderde Horsewei voor één zondagmiddag in Britannia.
Niet door een invasie.
Maar door een kop koffie, een paar goede verhalen en een irrasociatiemodule die precies wist wanneer ze de verkeerde afslag moest nemen.
Volgens Bram was alles administratief afgehandeld.
En eerlijk gezegd…
had hij gelijk.
🦆☕🌾🇬🇧
