Mijn mem werd vroeger gek van mij.

Niet omdat ik ondeugend was. Tenminste, niet altijd. Maar omdat ik overal vragen over had.

“Mem, wat is dat?”

Nog geen vijf stappen verder.

“En dat dan?”

Ze legde het uit. Geduldig. Meestal. Tot de volgende vraag.

“Maar hoe werkt dat?”

En ondertussen zat ik er al aan.

“Arie… kijken met je ogen.”

Dat was makkelijker gezegd dan gedaan. Voor mij hoorde voelen bij kijken. Als er een knopje op zat, wilde ik weten wat er gebeurde als je erop drukte. Als iets bewoog, wilde ik weten waarom. Als iets gemaakt was, wilde ik weten hoe.

Een winkel was voor mijn mem een plek om boodschappen te doen.

Voor mij was het een museum waarin je alles mocht vragen en niets mocht aanraken.

Dat laatste vergat ik nogal eens.

Jaren gingen voorbij. De speelgoedwinkel maakte plaats voor camera’s, computers, auto’s, logistiek en alles wat mensen bedenken om de wereld een beetje slimmer te maken.

Maar die ene vraag bleef.

Hoe?

Hoe krijgt een schip honderdvijfentwintig binnenvaartcasco’s mee?

Hoe werkt een gehoorapparaat?

Hoe kan een Excelbestand slimmer?

Hoe bouw je een drone?

Hoe krijgt een fotograaf een beeld in zijn hoofd op papier?

Sommige mensen willen vooral weten wat iets is.

Ik wil meestal weten hoe.

Onlangs moest ik daaraan denken. Ik zat op een schip tijdens een uitje van de ondernemersvereniging. In Rotterdam voer een gigantisch transportschip voorbij. Geen containerschip, maar een schip vol binnenvaartcasco’s. Vijf hoog. Vijf breed. Vijf lang.

Honderdvijfentwintig stalen rompen.

Iedereen keek.

Mijn eerste gedachte was niet: wat is dat groot.

Mijn eerste gedachte was:

“Hoe?”

Misschien is dat wel nooit veranderd.

Ik zit tegenwoordig niet meer overal aan. Dat heb ik eindelijk afgeleerd.

Nou ja… meestal.

Maar die nieuwsgierigheid is gebleven.

En eerlijk gezegd hoop ik dat dat zo blijft.

Want zolang je nog kunt vragen hoe iets werkt, is de wereld nog lang niet af.