Vanmorgen verscheen er een e-mail in mijn inbox.
Bovenaan geen grafiek, geen spreadsheet en geen foto van een rolcontainer, maar een vrolijke illustratie. Een auto, een veel te hoge stapel schoolboeken en een bordje Makkum. Zo hoog opgestapeld dat iedere logistiek medewerker onmiddellijk denkt: dat kan natuurlijk helemaal niet.
En toch klopt het.
Niet letterlijk, maar gevoelsmatig.
Na twee maanden van volle auto’s, duizenden kilometers, stapels boeken en lange dagen vat één tekening ineens samen hoe het voelde.
Ik glimlachte.
Niet alleen om de illustratie, maar ook om de gedachte dat ik blijkbaar niet de enige ben die AI gebruikt.
Er wordt weleens gedaan alsof AI de hoofdrol speelt. Alsof het antwoord op alles een slimme prompt is.
Maar dat is niet wat ik zie.
Ik zie collega’s die elkaar helpen wanneer een vrachtwagen te laat is. Mensen die dozen tillen, planners die schuiven, vakantiekrachten die hun eerste werkdag hebben en een logistiek manager die probeert overzicht te houden terwijl de werkelijkheid zich niets aantrekt van een planning.
En ergens tussendoor maakt iemand een leuke illustratie met AI.
Prima.
Want de illustratie is niet de prestatie.
De mensen zijn dat.
AI schreef die e-mail niet. AI nam geen boeken in. AI reed geen kilometers. AI loste geen problemen op aan de laadkade.
AI hielp alleen om het verhaal nét iets mooier te vertellen.
Misschien is dat wel de plek waar AI het sterkst is.
Niet op de voorgrond.
Maar naast ons.
Een gereedschap, geen collega. Een hulpmiddel, geen held.
Ik houd daarom wel van een eenvoudige gedachte.
Humans first.
De rest volgt vanzelf.
