De volgende ochtend zette Tersake een vierde stoel recht.
‘Voor wie is die?’ vroeg Kwartsoog.
Tersake keek naar de eend op de toren. Ze droeg een eclipsbril en keek precies de verkeerde kant op.
‘Voor degene met nog één klein dingetje.’
Boven klonk:
Kwak. Klop.
Het licht doofde.
De credits ook.
Maar er was nog precies genoeg.
Niet om het verhaal af te maken. Wel om het te laten beginnen.
De eend schoof haar eclipsbril omhoog.
‘Hoeveel credits zijn er nog?’
Tersake keek op zijn formulier.
‘Eén.’
‘Mooi,’ zei de eend. ‘Dan moeten we geen woord verspillen.’
Ze keek naar de verduisterde zon, spreidde haar vleugels en sprak:
‘Kwak.’
Credits: 0.
En boven op de Toren der Verlichting ging voor het eerst overdag het licht aan.
