Een verhaal dat administratief niet bestaat

Het begon, zoals de meeste grote gebeurtenissen, met iets waar niemand om gevraagd had.

Vrijdagochtend, 09:03.

Minicamping De Tijnjehoeve aan de Horsewei.

De koffie pruttelde. De eerste kratten stonden klaar. Vakantiemodus stond op twee procent laden en iemand had besloten dat dat voldoende was.

Toen vloog de deur open.

Of eigenlijk niet.

Er zat iemand aan het plafond.

“Goedemorgen,” zei Spiderman.

Hendrik keek omhoog.

“Goedemorgen Peter. Voordat we beginnen, kun je bevestigen of je spinnenwebben biologisch afbreekbaar zijn en of je een geldige VOG hebt?”

Spiderman keek naar zijn handen.

“Ik hing hier alleen maar.”

“Dat zie ik. Maar je bevindt je zonder goedgekeurde hoogwerker boven 2,5 meter.”

Spiderman zuchtte.

Toen klonk buiten:

KRRRRAK-BOEM-PIEP-PIEP-PIEP.

Een fatbike schoof het erf op, legde zichzelf op zijn kant en bleef beledigd piepen. Achterop stond een krat met 48 blikjes Hulk-Energy en een zwembandje.

“HULK IS ER!”

Hulk droeg een zwembroek.

Over zijn broek.

Hendrik keek in zijn map.

“Categorie geel.”

“HULK IS GROEN.”

“Je vervoermiddel is geel.”

“HULK HEEFT VAKANTIE.”

Daar viel weinig tegenin te brengen.

Toen kwam Bram.

Gewoon een eend.

Tenminste, dat dachten we toen nog.

“Kwaak.”

Hulk wees.

“HULK KENT EEND! EEND IS BAAS VAN HOSPITAAL!”

Spiderman keek omlaag.

“Welk hospitaal?”

Dat was een redelijke vraag.

Het Hospitaal van Sursirai was 24 uur per dag geopend. Niemand werd er ooit beter, maar iedereen werd er wel gezien.

De afdeling KNO stond voor Kennis, Nooit Oren.

In zaal 3 zat nummer -14.

Nummer -13 mocht alvast dromen dat hij bijna aan de beurt was.

Niemand wist waarom.

Dat hoefde ook niet.

Bram liep naar Hulk en plakte een kassabon op zijn voorhoofd.

1 × FATBIKESTALLING

VOORRAAD: VOL

HULK MOET LOPEN

Hendrik klapte zijn map dicht.

“Bram heeft gesproken.”

En precies daar ging het mis.

Plek -14

Tersake verscheen met een clipboard.

“Goedemorgen. Wie is hier verantwoordelijk?”

Iedereen wees naar Bram.

“Kwaak.”

Tersake knikte.

“Dat dacht ik al.”

Hij constateerde een fatbike zonder parkeerplaats, een groene man zonder duidelijke functieomschrijving, een Spiderman zonder hoogwerkcertificaat en een eend die kennelijk namens een niet-geregistreerd hospitaal kassabonnen uitgaf.

Hij begon sneller te schrijven.

Toen kreeg ook hij een bonnetje.

1 × VERGUNNING

ARTIKELNUMMER: BESTAAT-NIET

VOORRAAD: -1

LEVERANCIER: HOSPITAAL VAN SURSIRAI

Tersake keek er lang naar.

Toen scheurde hij zijn formulier doormidden.

“Ik heb vandaag niets gezien.”

Dat was verstandig.

Want op dat moment bestond plek -14 al.

Niemand had hem aangelegd. Niemand had hem gereserveerd. Hij stond niet op de plattegrond.

Maar administratief was hij onvermijdelijk geworden.

En in Sursirai is dat ruim voldoende.

Batman

Batman kwam om 09:04.

Geen Batmobile.

Hij kwam gewoon aanlopen over de Horsewei met een opgevouwen Quechua-tentje onder zijn arm.

“Waar is plek -14?”

Hendrik keek op.

“Die bestaat niet.”

“Perfect.”

Deadpool stond inmiddels bij de receptie met een caravan.

“BATMAN!”

Batman keek naar Deadpool.

Toen naar Bram.

Bram keek terug.

Er gebeurde iets merkwaardigs.

Bram kwaakte niet.

Batman knikte.

“Goede eend.”

En daarmee was de zaak afgedaan.

Het werd drukker.

Thor kwam.

Hulk wilde zijn tent opzetten.

Deadpool vroeg of dit de post-credits scene was.

Tersake probeerde nog één keer naar zijn clipboard te grijpen en ontdekte dat hij het thuis had gelaten.

Per ongeluk expres.

Hendrik leverde zijn map in.

“Vanaf nu,” zei hij, “werken we alleen nog met een Verklaring Omtrent Gebeurtenis.”

“Heb je die?”

“Nee.”

“Mooi.”

Mem

En toen kwam Mem.

92.

Geen cape.

Wel een tas.

Superhelden zijn mensen met bijzondere krachten.

Mem was geen superheld.

Superhelden waren een categorie waar Mem toezicht op hield.

Batman had een utility belt.

Mem had een tas waar die utility belt waarschijnlijk in paste. Inclusief Batman, als hij niet luisterde.

Ze haalde er een flesje uit.

Een kleedje.

Een sleutel die iedereen al uren zocht.

Batman keek ernaar.

“Hoe komt u daaraan?”

“Lag nog in de la.”

Batman zei daarna een kwartier niets.

Zelfs Bram veranderde.

Bram met een veer moest je volgen.

Bram met een kassabon betekende rennen.

Bram met een sleutel moest je vooral nergens naar vragen.

Maar Bram bij Mem was geen symbool.

Geen bewaker.

Geen administratieve gebeurtenis.

Gewoon een eend.

“Bram. Binnen.”

“Kwaak.”

“Nu.”

En daar ging hij.

Zo eenvoudig kon het blijkbaar zijn.

We hadden torens gebouwd, protocollen geschreven, formulieren ingevuld en negatieve wachtlijsten aangelegd.

Mem had een achterdeur.

Die stond gewoon open.

De barbecue

Tegen de avond stond de barbecue aan.

Hulk had de tang.

Dat veroorzaakte enige spanning.

Batman keek naar hem alsof hij een plaats delict onderzocht.

“Geef die tang aan iemand met training.”

“HULK GETRAIND. HULK KEKE YOUTUBE.”

Tersake opende zijn mond.

Hendrik legde een hand op zijn arm.

“Niet nu.”

Bram stond naast de barbecue.

“Kwaak.”

Hulk keek naar hem.

“…kwa?”

“Kwaak.”

Hulk knikte ernstig.

“HULK BEGRIJPT.”

Hij draaide één worst om.

Perfect.

Goudbruin.

Kosmisch verantwoord.

Toen kwam Mem erbij.

“Goed zo. Nu nog even voor iedereen.”

Hulk keek naar haar.

Toen naar de tang.

Toen weer naar Mem.

“HULK DOET BBQ VOOR VRIENDEN.”

En daarmee was de sterkste man van het universum klaar.

Dachten we.

Want toen hoorden we iets aankomen over de Horsewei.

De Ghost

Niet luid.

Een Rolls-Royce Ghost hoeft niet te roepen dat hij eraan komt.

Hij weet het zelf al.

De auto stopte.

Deuren gingen open.

Sam stapte uit.

Dave.

Zuck.

En natuurlijk Elon.

Batman keek naar de Ghost.

“That’s not mine.”

Deadpool keek hem aan.

“Dude, nobody thought it was.”

Elon zag de fatbike in het gras liggen.

Hij kneep zijn ogen samen.

“I can fix that.”

Iedereen tegelijk:

“NEE.”

Zuck pakte zijn telefoon.

Bram:

“Kwaak.”

Zuck stopte hem weer weg.

Sam keek naar de barbecue.

Toen naar plek -14.

Toen naar mij.

“Arie, about those Codex credits…”

Maar zover kwam hij niet.

Mem stond in de deuropening.

Ze keek naar Sam.

Naar Dave.

Naar Zuck.

Naar Elon.

Vier mannen die gezamenlijk een behoorlijk stuk van de toekomst konden verbouwen.

Mem wees naar de tafel.

“Sitte.”

En de toekomst ging zitten.

Sam kreeg een bord.

Dave kreeg een stoel.

Zuck liet zijn telefoon in zijn zak.

Elon keek nog één keer naar de fatbike en besloot voor het eerst in zijn leven dat iets misschien niet verbeterd hoefde te worden.

Hulk liep naar Mem.

Hij hield de tang met twee handen vast.

Alsof het Mjölnir was.

“HULK GEEFT TANG AAN MEM.”

Hij dacht even na.

“MEM IS STERKSTE.”

Niemand maakte bezwaar.

Batman zat naast Hendrik.

Twee mannen die hun hele leven geprobeerd hadden chaos te beheersen met voorbereiding, protocollen en plannen.

Ze zeiden niets.

Ze aten.

Deadpool keek rond.

“So… is this the post-credits scene where we all become friends?”

Mem keek hem aan.

“Nee. Dit is waar jim freonen wiene foardat jim fergeaten wiene dat jim freonen wiene.”

Niemand vroeg om een vertaling.

Op dat moment verstond iedereen Fries.

Ik keek naar Sam.

“Credits?”

Sam had zijn mond vol.

Hij keek naar Mem.

Toen naar mij.

“Earst ite.”

En daarmee was ook dat opgelost.

Plek -14

De Ghost stond stil aan de Horsewei.

De fatbike lag in het gras.

De barbecue rookte.

Thor at.

Spiderman zat eindelijk op een stoel.

Batman had geen plan.

Hendrik had geen map.

Tersake had geen formulier.

Zuck had geen telefoon in zijn hand.

Elon repareerde niets.

Sam sprak niet over credits.

Hulk had de tang ingeleverd.

En Bram zat op de enige plek die niet bestond.

Plek -14.

We hadden de hele dag geprobeerd te begrijpen hoe we hier terecht waren gekomen.

Via een toren met oren.

Een hospitaal zonder genezing.

Een wachtlijst met negatieve nummers.

Een eend met kassabonnen.

Een camping die administratief onmogelijk was.

Misschien hadden we zelfs even gedacht dat we Sursirai zelf gebouwd hadden.

Maar zo werkt het niet.

Sursirai hoef je niet te bouwen.

Je hoeft er alleen maar langs te rijden.

Lang genoeg kijken.

En op een gegeven moment betrap je de gewone wereld erop dat ze het al die tijd zelf aan het doen was.

Mem keek naar de tafel.

“Is der ek genôch?”

Hulk keek naar de schalen.

“HULK HEEFT GENOEG.”

“Moai.”

Dat was alles.

Geen scheur in het multiversum.

Geen bewijs.

Geen formulier.

Geen laatste toren.

Gewoon een camping aan de Horsewei.

Gewoon vrienden rond een barbecue.

Gewoon een eend.

En een vrouw van 92 die wist wat alle superhelden, miljardairs, kunstmatige intelligenties, wachters, denkers en dwalers die dag vergeten waren:

wanneer het genoeg is geweest, moet je gaan zitten en eten.

Waar bewijs ophoudt, begint Kos.

Waar Kos ophoudt, begint Mem.

En dan is het eten klaar.

O ja. Natuurlijk. 🔥🦆