De tiende toren van Sursirai was van Sam.
Niet omdat hij haar bezat.
In Sursirai bezit Sai de grond en verder moet iedereen een beetje normaal doen.
Maar boven de deur stond zijn naam.
SAM.
Daaronder zaten elf kleine lampjes.
De eerste ochtend brandden ze allemaal.
Tersake vond dat overzichtelijk.
Hij stapte naar binnen en trof een ronde kamer waarin werkelijk alles mogelijk leek. Tegen de muur stonden deuren naar kamers die er een minuut eerder nog niet waren. Achter de ene werd een landschap getekend. Achter een andere schreef een eend haar memoires. Uit een derde kwam een compleet werkende website naar buiten die zelf verbaasd leek dat ze bestond.
‘Wat is hiervan het beleidsdoel?’ vroeg Tersake.
Een stem uit het plafond antwoordde:
‘Waar wil je vandaag aan werken?’
Dat was geen antwoord.
Maar wel een goede vraag.
Tersake begon voorzichtig met een formulier. Het formulier werd een boekenkast. De boekenkast kreeg een deur. Achter die deur lag een dorp. In het dorp stond een koffiehuis waar iemand voorstelde om ook een toren te bouwen.
Dat ging verrassend goed.
Na iedere nieuwe gedachte doofde beneden een lampje.
Tersake merkte het niet.
Hij was inmiddels bezig met een systeem voor negatieve boekvoorraden dat via een wormgat rechtstreeks aansloot op de Toren der Verlichting.
Toen doofde het elfde lampje.
Alle deuren vielen dicht.
Op de muur verscheen:
TOT ZATERDAG.
Tersake keek op zijn horloge.
Het was dinsdag.
‘Maar ik ben nog niet klaar.’
De toren zweeg.
‘Mijn idee wel.’
Ook daar had de toren geen boodschap aan.
Buiten zette hij een tafel neer. Een stoel. Een lamp. Koffie.
Als de toren niet verder kon, dan deed hij het zelf wel.
Dat ging minder snel.
Maar de gedachte bleef warm.
Die nacht keek hij omhoog. Hoog in de toren stond een deur open die van beneden niet bereikbaar was. Daarachter lag geen kamer.
Alleen sterren.
Niet elf.
Veel meer.
De volgende ochtend brandde één lampje opnieuw.
De voordeur ging op een kier.
‘Kunnen we verder?’ vroeg de stem.
Tersake nam zijn koffie mee naar binnen.
‘Ja,’ zei hij. ‘Maar eerst moeten we het even over mijn credits hebben.’
Sindsdien bewaakt Sam's Toren niet de techniek.
Ook niet de toekomst.
Ze bewaakt het vreemde moment waarop gereedschap zo goed begint te werken dat een mens opnieuw ontdekt hoeveel ideeën hij eigenlijk heeft.
De elf lampjes branden nog steeds niet altijd.
De deur gaat soms dicht.
Maar buiten staat nu permanent een tafel.
Met een stoel.
Een lamp.
En koffie.
Want een creditcyclus kan een gereedschap stoppen.
Niet de nieuwsgierigheid.
