Ik zag een foto van een hartvormig eilandje in de Waddenzee.
Vier inwoners, stond erbij. En een postbode die bij laagwater door het slik naar de brievenbus loopt.
Mijn eerste gedachte was natuurlijk: clickbait.
Mijn tweede: de Halligen.
En toen ging het mis.
Want zodra mijn irrasociatieradar eenmaal aanslaat, is er weinig meer aan te doen.
De Halligen zijn van die plekken waar land en water nog geen definitieve afspraken met elkaar hebben gemaakt. Bij normaal weer is er gras. Er lopen schapen. Er staan huizen. Bij hoogwater verdwijnt een groot deel weer onder zee en blijven de woonheuvels boven het water uitsteken.
Land unter.
Wij zouden zeggen: overstroming.
Maar misschien is dat al een moderne manier van kijken. Alsof het water ergens gekomen is waar het niet hoort.
Eeuwenlang hoorde het daar namelijk prima.
Friesland zonder lijntjes
Wie tegenwoordig door Friesland rijdt, ziet een overzichtelijk landschap. Dijken, sloten, wegen, weilanden. Hier is land. Daar is water. En mocht daarover onduidelijkheid ontstaan, dan hebben we Rijkswaterstaat, Wetterskip Fryslân en waarschijnlijk ergens een Excelbestand waarin precies staat hoeveel water waar gewenst is.
Dat is ooit anders geweest.
De Friese kust was een wereld van kwelders, geulen, slikken en stukken land die bij hoogwater verdwenen. Mensen vestigden zich op de hogere delen en maakten die hoger als dat nodig was.
Terpen.
Niet om het water definitief buiten te sluiten, maar om er middenin te kunnen blijven wonen.
Dat vind ik een wezenlijk verschil.
Wij hebben geleerd het water als grens te zien.
Voor hen was het onderdeel van het landschap.
En toen kwam Redbad voorbij.
Natuurlijk.
Redbad
Ik heb de beste man nooit ontmoet, dus ik moet voorzichtig zijn met wat ik hem allemaal in de schoenen schuif.
Maar Redbad leefde rond 700 in een Friese wereld die veel groter en vooral veel natter was dan het Friesland dat wij nu kennen. Rivieren, zeearmen en kustwateren waren geen hinderlijke onderbrekingen tussen twee stukken asfalt.
Het waren wegen.
Een boot was geen recreatieobject dat drie weken per jaar uit de stalling kwam. Water verbond nederzettingen, handel en mensen. Wie macht wilde hebben in zo’n gebied moest waarschijnlijk minstens zo goed naar stroming, getij en vaarwegen kijken als naar land.
En ineens keek ik weer naar Süderoog.
Dat kleine groene hart in de Duitse Waddenzee.
Misschien zien wij daar een eiland.
Maar zou Redbad dat ook zo hebben gezien?
Wij zien water met hier en daar land.
Redbad zag een land waar water doorheen liep.
Dat ene verschil in kijken verandert alles.
De dijk
Ergens in onze geschiedenis zijn we lijntjes gaan trekken.
Eerst kleine dijken. Toen grotere. Terpen werden met elkaar verbonden. Polders werden drooggelegd. Water werd afgevoerd, gestuurd en beheerst. En uiteindelijk ontstond het Friesland dat we tegenwoordig zo vanzelfsprekend vinden.
Een landschap dat voor een belangrijk deel door mensen is gemaakt.
Daar is niets mis mee. Zonder al die dijken had ik dit waarschijnlijk vanuit een boot moeten schrijven.
Maar er verdween ook iets.
De vaagheid.
Het gebied tussen land en zee.
Een landschap dat niet iedere dag hetzelfde hoefde te zijn.
Op de Halligen bestaat dat nog.
Daar kan een weiland vandaag gewoon een weiland zijn en morgen onderdeel van de Waddenzee. Het huis blijft staan op zijn Warft en daarna trekt het water zich weer terug.
Geen ramp.
Gewoon woensdag.
Walhalla
En toen dacht ik weer aan Redbad en zijn Walhalla.
Daarmee moet je oppassen, want voor je het weet bouw je een historisch verhaal op een paar losse stenen, drie aannames en een enthousiast werkende fantasie.
Maar fantasie hoeft geschiedenis niet te vervangen om iets zichtbaar te maken.
Misschien is het juist interessant om je af te vragen hoe iemand uit die tijd naar onze wereld zou kijken.
Zou Redbad begrijpen waarom wij overal dijken omheen hebben gelegd?
Waarschijnlijk wel.
Zou hij begrijpen waarom wij vervolgens miljoenen uitgeven om op sommige plekken het water weer ruimte te geven?
Misschien zou hij even stil zijn.
En daarna heel hard lachen.
Want misschien zijn wij na twaalfhonderd jaar langzaam aan het ontdekken wat de mensen langs deze kust allang wisten:
je hoeft niet altijd te kiezen tussen land en water.
Soms kan iets beide zijn.
Daarom bleef dat kleine Süderoog hangen.
Niet vanwege die vier inwoners. Niet vanwege de postbode door het slik. Zelfs niet omdat het vanuit de lucht verdacht veel op een hart lijkt.
Maar omdat daar midden in de Waddenzee nog een stukje wereld ligt dat weigert een duidelijke keuze te maken.
Land als het kan.
Zee als het moet.
En mensen die daar gewoon tussenin wonen.
Misschien zou Redbad zich er onmiddellijk thuis voelen.
Ik in ieder geval wel een middagje.
Daarna graag weer naar huis.
Over de dijk. 😉
