Vrijdagmiddag in een boekenmagazijn.
Een paar dagen eerder stonden er nog lege stellingen, karren, pallets en vooral heel veel boeken die ergens vandaan kwamen en ergens anders weer terecht moesten komen.
Nu stond alles.
Niet ongeveer.
Niet bijna klaar.
Gewoon: klaar.
Zelfs The Talented Mr Ripley had zijn nieuwe adres gevonden. Alsof hij nooit ergens anders had gelegen.
Halverwege de dag kwam een collega langs. Hij keek om zich heen. Naar de stellingen. Naar de boeken. Naar Arie, die kennelijk nog steeds niet begrepen had dat een verhuizing ook best wat langer mocht duren.
Hij schudde zijn hoofd.
“Arie, you make us look bad.”
Dat was een compliment.
Waarschijnlijk.
Later die middag hielp Arie hem nog even.
De collega keek hem aan.
“Have you heard the tale of the rabbit and the turtle?”
“No.”
Dus vertelde hij.
Over een konijn dat razendsnel was en een schildpad die tergend langzaam ging. Ze hielden een wedstrijd. Het konijn wist zeker dat hij zou winnen, nam onderweg zijn gemak ervan en verloor uiteindelijk van de schildpad die gewoon bleef doorgaan.
Arie luisterde.
Keek naar zijn collega.
Keek naar het magazijn dat inmiddels compleet verhuisd en ingericht was.
“So… you’re telling me to slow down?”
De collega hoefde eigenlijk niet meer te antwoorden.
Een paar uur eerder had hij het immers al samengevat:
“Arie, you make us look bad.”
Het was vrijdag.
Het magazijn stond.
Alles stond op zijn plek.
De schildpad was geholpen.
En het konijn?
Het konijn kende de fabel niet.
Het konijn was gewoon aan het werk.
En nu was het weekend.
