Ik gebruik AI veel.

Heel veel zelfs.

Voor mijn website. Voor code. Voor verhalen. Om mee te denken over fotografie, logistiek, een camper die nog niet bestaat en blijkbaar tegenwoordig ook over een groene Rolls-Royce Ghost die ik niet bezit.

Dat laatste is misschien wel het beste voorbeeld.

Ik zei: Ghost.

We praatten wat.

In mijn hoofd kreeg hij de juiste kleur groen. Zwarte accenten. Geen overdreven gedoe. Ik wist ineens hoe hij reed. Stil, alsof de buitenwereld eerst toestemming moest vragen om naar binnen te mogen.

Andere mensen zouden ermee naar Monaco rijden.

Ik zou via Allingawier gaan.

En tien minuten later lag er een verhaal.

Niet omdat AI bedacht dat ik een Rolls-Royce wilde.

Dat wist ik zelf al.

Niet omdat AI bedacht dat ik liever via Allingawier rijd dan over de snelweg.

Dat ben ik.

En ook niet omdat een computer ineens begrijpt waarom een weg die nergens snel naartoe gaat soms interessanter is dan de kortste route.

Maar AI deed wel iets anders.

Het zorgde ervoor dat de gedachte niet bleef liggen.

En daar zit voor mij de waarde.

Mijn hoofd produceert nogal wat zijwegen. Een woord kan genoeg zijn. Een foto. Iets wat iemand zegt. Een schoolboek met een negatieve voorraad. Een auto. Een eend. Een bericht dat ik ergens lees.

Voor je het weet gaat mijn irrasociatieradar aan en hangt het één met het ander samen.

Vroeger verdwenen veel van die gedachten weer.

Niet omdat ze niet goed genoeg waren, maar omdat er iets tussen een gedachte en het maken ervan zat.

Tijd.

Techniek.

Een leeg document.

Een website die aangepast moest worden.

Of gewoon het leven dat ondertussen verderging.

Met AI is die afstand kleiner geworden.

Ik kan een gedachte neerleggen terwijl hij nog warm is.

Erover praten.

Hem omdraaien.

Erom lachen.

Ontdekken dat er niets in zit en hem alsnog weggooien.

Of ineens merken:

Hé, hier zit een verhaal.

Dat betekent niet dat AI voor mij denkt.

Integendeel.

Ik wil helemaal niet dat een computer bepaalt wat ik interessant moet vinden, wat mooi is of wat betekenis heeft.

Dat blijft mensenwerk.

AI mag zoeken. Ordenen. Meedenken. Code schrijven. Tegenspreken. Een zin vasthouden terwijl ik alweer drie afslagen verder ben.

Maar ik bepaal waar we naartoe rijden.

Misschien is dat ook waarom ik Codex zo graag gebruik.

Niet omdat ik programmeur wil worden.

Ik wil maken.

Als ik ’s avonds bedenk dat er iets op mijn website anders moet, wil ik niet eerst drie weken een programmeertaal leren. Ik wil kunnen zeggen wat ik voor me zie en vervolgens samen uitzoeken hoe we daar komen.

De techniek verdwijnt daardoor een beetje naar de achtergrond.

En mijn nieuwsgierigheid krijgt meer ruimte.

Dat vind ik misschien wel het mooiste aan AI.

Niet dat het sneller schrijft.

Niet dat het slimmer zou zijn.

Niet dat het alles weet.

Maar dit:

AI neemt mijn gedachten niet over.
Het zorgt ervoor dat ik ze niet meer hoef te laten liggen.

Sommige worden een verhaal.

Sommige worden een website.

Sommige worden een compleet krankzinnig idee.

En sommige blijven gewoon dromen.

Zoals die groene Ghost.

Al heb ik daar inmiddels wel behoorlijk wat kilometers mee gereden.

En ja, Sam.

Nieuwsgierigheid verbruikt credits.

Sorry.

Nou ja.

Een beetje. ☕️

Lees het verhaal waar deze zijweg begon: Mijn Ghost.