← Alle Overlevers

Overlevers · 15 april 2016

Anneke

Portret van Anneke voor Overlevers

Anneke gaat wel naar school maar echt goed gaat dat niet. Ze blijft erg moe en heeft nauwelijks energie. Een oorzaak wordt niet gevonden. “Zo langzamerhand voelde mijn moeder ook wel dat het niet goed was. Ik at veel te weinig en werd steeds magerder. Zelf was ik helemaal niet bezig met afvallen, ik hoefde ook helemaal niet af te vallen van mezelf. Daarentegen was ik wél heel bang om weer aan te komen. Dus mochten de kilo’s die eraf gingen er niet meer bijkomen. Een rare gedachtegang, maar dat was hoe ik het destijds zag.”

Als klein meisje was Anneke een heel timide, rustig meisje. Ze vond het erg vervelend dat ze van die ‘lekkere bolle wangetjes’ had. Achteraf gezien worstelde ze toen al met haar observatievermogen. “Ik zag altijd een discrepantie tussen wat mensen zeiden en wat ze echt bedoelden. Ik was heel gevoelig voor emoties en sfeer. De wereld klopt niet altijd; mensen doen zich anders voor dan ze zijn of zich voelen. Ik had daardoor ook het gevoel dat ik zélf niet was zoals van mij werd verwacht. Dat was het gevoel wat ik toen had. Nu snap ik dat dat toen niet terecht was.”

Pas een jaar na de eerste symptomen wordt duidelijk dat er meer aan de hand is dan een virus. Anneke zit dan in 5HAVO, maar haalt haar examen niet. Ze mist te veel van school en kan het tempo niet bijhouden. Er komt iemand langs van het RIAGG. “Ik weet nog dat ze tegen mij zei: ‘Je kunt wel beweren dat je geen eetstoornis hebt, maar dat heb je wel’. Ik vond dat een heel vervelend mens. Het was natuurlijk ook een hele vervelende boodschap. Ik weet nog dat mijn moeder vol verbazing vroeg: ‘waarom heb je me niet verteld dat je anorexia hebt?’ Ze had volledig op mij vertrouwd.” Het RIAGG maakt een afspraak met de kinderarts en psycholoog in het ziekenhuis in Groningen. Daar moet Anneke op de weegschaal. “Ik zie mijn moeder nog zitten. Ik moest uit de kleren, op de weegschaal en zie ik nog haar blik voor me. Vol angst en misschien wel afschuw.” Anneke beseft dat er iets moet gebeuren. “In de spreekkamer kwam voor mij het besef. Ik dacht: ‘als er niets gebeurt dan ga ik dood. Dan kan ik de weg naar herstel niet meer maken’.” Ze weegt nog maar 38 kilo en de kinderarts laat haar opnemen.

Uiteindelijk verbijft Anneke zeventien weken in het ziekenhuis. Ze mag het ziekenhuis pas verlaten als ze 52 kilo weegt. “Er lagen ook allemaal andere kinderen. Er was een jongen met hartklachten en die vond mij maar raar. Hij zei dat er iets met zijn hart was en daar niets aan kon doen. Volgens hem hoefde ik alleen maar te gaan eten om beter te worden. Ik weet nog dat ik dacht: ‘ik kan er óók niets aan doen, ik ben ook ziek.’ Maar ik kon het hem niet uitleggen.” Er volgen gesprekken met een psycholoog en eigenlijk moet Anneke aan de sondevoeding. “Dat wilde ik niet, ik wilde het zélf doen. Ik wilde natuurlijk controle houden. Maar ik mocht het proberen. We werkten met een beloningssysteem, ik vond het afschuwelijk. Je mocht dan een middagje de stad in met je moeder als je een bepaald doel had gehaald. Maar ik wilde het voor mezelf doen, niet voor een beloning.”

De moeder van Anneke komt iedere dag naar Groningen, zeventien weken lang. Daar is Anneke haar nog altijd heel dankbaar voor. Als Anneke weer thuis komt moet ze haar leven weer oppakken. “Ik was er nog lang niet. Ik dacht heel negatief over mezelf, vond mezelf niet de moeite waard. Ik had nog steeds te kampen met angsten. Ik was wel iets aangekomen, maar het bleef een dagelijkse strijd.” Anneke eet aan de hand van een dieet en dat volgt ze zeer nauwgezet. Als er bijvoorbeeld staat: 16 uur een kopje thee, dan moet het van Anneke precies om 16 uur. En één kopje thee, geen twee. Anneke valt desondanks nog iets terug naar 48 kilo. “Ik zat opnieuw net voor mijn examen en wilde niet weer worden opgenomen. Dan dronk ik zoveel water als nodig was om op de grens te komen.” Haar moeder komt erachter en Anneke biecht in het ziekenhuis op dat ze eigenlijk 48 kilo weegt. Ze blijft er echter bij dat ze niet opgenomen wil worden omdat ze voor haar examens zit. Dat mag en Anneke slaagt voor haar HAVO-examen.

Na de HAVO gaat ze HBO-V doen. Anneke blijft ‘het meisje op de achtergrond’. Ze vertelt maar enkele mensen over haar problemen. “Ik zat soms huilend op een feestje, omdat ik niet wist wat er ging gebeuren. Dan bleven we ergens slapen en was ik totaal uit mijn normale ritme. Ook gunde ik mijzelf het plezier niet, dat vond ik heel eng.” Stage is de volgende uitdaging; daarvoor moet ze op kamers gaan wonen. “De eerste stage was erg moeilijk. Ik kwam mezelf tegen. Mijn begeleiders waren aardig en behulpzaam, maar ik liet te weinig van mijzelf zien. Uiteindelijk haalde ik de stage wel, maar met veel ‘verbeterpunten’.” Tijdens de tweede stage ontmoet ze een stagebegeleider die doorvraagt. Anneke vertelt wat er aan de hand is. “Hij reageerde heel begripvol en heeft mij heel goed gecoacht die periode. Hij liet me zien dat ik ook veel dingen goed deed, daar kreeg ik vertrouwen van.”

Na haar studie krijgt Anneke een baan in het westen van het land. Daar ontmoet ze een jongen die uiteindelijk haar man zal worden. Hij had door dat er iets aan de hand was. “Ik vertelde hem mijn verhaal en weet nog goed dat hij zei dat ik daarmee niet van hem af was. Ook hij gaf me vertrouwen.”

Het is een verhaal van een ziekte die vaak niet goed wordt begrepen. Niemand kiest voor anorexia. Het kost moeite, moed en strijd om los te laten, als anorexia het enige houvast is geworden. “Het is veel meer dan willen afvallen en daarin doorschieten. Kijk naar de mens en niet naar de anorexiapatiënt, ieder mens heeft een eigen verhaal en dat verhaal is uniek!”

De moeder van Anneke is vorig jaar overleden. Het is een moeilijke tijd voor Anneke en ze verliest opnieuw een aantal kilo’s. Even is de angst terug. Dat het weer de verkeerde kant op zal gaan. Maar Anneke accepteert dat ze door een lastige periode mag gaan. Dat ze helemaal niet terug hoeft te vallen. Zo kan ze haar verleden een plekje geven. “Je raakt het nooit helemaal kwijt. Ik ben nog steeds niet de dikste en daar krijg ik soms opmerkingen over. Dan denk ik wel eens, moet het daar nu altijd over gaan, ik ben toch veel meer dan dat?”

Het heeft Anneke gemaakt tot wie ze nu is. In plaats van zwakte kan ze het nu zien als pure kracht. “Ik heb sterk moeten zijn om eruit te komen. En het is me gelukt!”