De arts keek ernstig.

Dat doen artsen vaker. Het hoort bij het vak. Een bakker kijkt ook niet bezorgd naar een krentenbol, maar bij een arts verwacht je toch enige ernst zodra je broek op je enkels hangt.

“Hmm,” zei hij.

Dat was geen goed teken.

Ik lag op mijn zij met mijn knieën ergens ter hoogte van mijn kin en probeerde waardigheid uit te stralen. Dat lukte niet helemaal.

“Doet het pijn?”

“Niet echt. Het zeurt. En ik heb steeds het gevoel dat ik moet.”

“Hmm.”

Weer die hmm.

Hij draaide zich om en opende een kast.

“Ik pak voor de zekerheid even de proctoweter.”

Ik keek op.

“De wat?”

“Proctoweter.”

Hij zei het op de toon waarop een fietsenmaker bandenspanningsmeter zegt. Alsof iedereen er thuis eentje in de keukenla heeft liggen.

Uit de kast kwam een grijs apparaat. Het leek op een kruising tussen een bloeddrukmeter, een ouderwetse multimeter en iets waarmee de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit de temperatuur van gehaktballen controleert.

Er zat een wijzerplaat op.

Van nul tot elf.

Onder de zes stond NORMAAL.

Bij acht begon een oranje vlak.

Vanaf tien was het rood.

Helemaal rechts stond:

NIET SCHRIKKEN

“Waarom gaat hij tot elf?” vroeg ik.

De arts keek naar het apparaat.

“Dat weet eigenlijk niemand.”

Hij zette hem op tafel en drukte op een knop. Er klonk een piep.

Daarna nog een.

Toen drie korte piepjes.

“Hij moet even kalibreren.”

“Natuurlijk.”

“De referentiewaarde komt uit Utrecht.”

Ik besloot niet te vragen wat ze daar precies als referentie gebruikten. Sommige kennis maakt een mens niet rijker.

De arts keek naar het scherm.

“Mooi. Hij staat goed.”

“En wat gaat u ermee doen?”

“Meten.”

Dat antwoord had ik kunnen verwachten.

Hij trok handschoenen aan.

Ik keek naar de proctoweter.

De proctoweter keek, voor zover een proctoweter dat kan, terug.

“Ontspant u maar.”

Dat is waarschijnlijk de meest zinloze opdracht in de Nederlandse gezondheidszorg. Niemand ontspant wanneer iemand met rubberen handschoenen achter hem staat en er naast de behandeltafel een apparaat staat waarop NIET SCHRIKKEN gedrukt is.

Er gebeurde iets.

Ik besloot niet te informeren wat.

De wijzer bewoog.

Vier.

Vijf.

Zes.

De arts fronste.

Zeven.

Het oranje gebied kwam dichterbij.

“Hmm.”

“Is zeven erg?”

“Zeven is zeven.”

Daar kon ik weinig tegenin brengen.

De wijzer tikte de acht aan.

Er ging een lampje branden.

“Ah,” zei de arts.

Ik vond ah nog erger dan hmm.

“Wat betekent dat?”

“Even kijken.”

Hij pakte de handleiding.

Dat stelde me niet gerust.

Hij bladerde.

“Hier. Acht komma twee tot acht komma zeven: verhoogde aandrang met lichte atmosferische instabiliteit.”

“Atmosferische?”

“Zo staat het er.”

De proctoweter piepte opnieuw.

Op het scherm verscheen:

MATIG BEWOLKT

Daaronder:

KANS OP AANDRANG: 70%

Ik keek over mijn schouder.

“Is dit een medisch apparaat of een weerstation?”

“Medisch.”

“Zeker?”

Hij draaide het apparaat om en keek op de achterkant.

“ProctoMed Instruments, Nieuwegein.”

“Dan zal het wel.”

De wijzer zakte langzaam terug naar zes.

De arts trok zijn handschoenen uit.

“Niets verontrustends.”

“Mooi.”

“Waarschijnlijk nog wat irritatie van de elastiekjes.”

“Dat dacht ik zelf ook.”

Hij knikte.

“De proctoweter bevestigt dat.”

Ik hees mijn broek weer omhoog. Mijn waardigheid kwam langzaam terug, al zou die waarschijnlijk nog enige tijd poliklinisch behandeld moeten worden.

Bij de deur keek ik nog één keer naar het apparaat.

“Dokter?”

“Ja?”

“Wat meet dat ding eigenlijk precies?”

Hij zweeg even.

Toen keek hij naar de proctoweter.

“Daar verschillen de meningen over.”

“Maar u gebruikt hem wel?”

“Natuurlijk.”

“Waarom?”

Hij glimlachte.

“Omdat patiënten aanzienlijk minder vragen stellen zodra je een apparaat gebruikt.”

Ik knikte.

Daar zat iets in.

“En dat rode gebied? Vanaf tien?”

“Geen idee.”

“Is dat ooit voorgekomen?”

“Eén keer.”

“En?”

De arts keek ernstig.

“Leeuwarden, 2019.”

Meer zei hij niet.

Ik deed de deur open.

Achter mij klonk opnieuw een piep.

Toen een mechanische stem:

METING VOLTOOID.

Even stilte.

PATIËNT: LICHT WANtrouwend.

Ik draaide me om.

De arts keek naar het apparaat.

Toen naar mij.

“Hmm,” zei hij.

“Niks aan de hand, fokter.”

En ik ging naar huis.