Sommige gesprekken beginnen serieus.
Dit gesprek ontspoorde al bij de eerste afslag.
Het begon met een mysterieuze organisatie genaamd SOFIA. Daarna verscheen er een Netflix-poster. Vervolgens kreeg Donald een oranje kuif. En voor we het wisten waren we beland bij Engelse woordgrappen over Friese namen.
Fokje.
Tjits.
Douwe.
Arie, uitgesproken als Airy.
“Nope, just a bit inflatable.”
Daarna was er geen houden meer aan.
“Je zult maar Help heten.”
“Of Death-Help.”
“Of Not-At-Home.”
Een Engelstalige receptionist zag zijn carrière in een paar seconden voorbijtrekken.
Toen kwam de vraag:
Who is Quack?
Waarop Donald uiteraard antwoordde:
Kwak.
En precies op dat moment werd duidelijk dat de Engelse taal eigenlijk één groot logistiek probleem is.
Want who is niet altijd WHO.
En The Who is weer iets heel anders dan Mr. Who.
Dus eindigde het gesprek vanzelf bij de ultieme detective.
WHO Dunnit?
Een detective waarin werkelijk niemand meer weet of er naar een verdachte wordt gezocht of naar de Wereldgezondheidsorganisatie.
Sam probeert de feiten op een rij te krijgen.
Dave probeert Sam uit te leggen dat WHO niet altijd who betekent.
Donald probeert koffie te vinden.
Zoals gewoonlijk is Donald de enige die per ongeluk het juiste gebouw binnenloopt.
En ergens halverwege het verhaal vraag je je af hoe je hier eigenlijk terecht bent gekomen.
Dat is het leuke van irrastories.
Ze beginnen nergens.
Ze eindigen nergens.
Maar onderweg kom je wel langs plekken waar je nooit bewust naartoe was gelopen.
En soms zijn dat verrassend leuke plekken.
Kwak. 🦆