Ik kwam hem tegen bij de vijver.
Niet echt natuurlijk.
Christopher Langan woont voor zover ik weet niet in de Vegilinbossen en de kans dat een Amerikaan die bekendstaat als een van de slimste mensen ter wereld op een willekeurige ochtend mijn vaste rondje loopt, lijkt me zelfs binnen Kos aan de kleine kant.
Maar stel dat het gebeurt.
Hij stond aan de waterkant.
Een grote kerel. Beetje onverzorgd. Niet het type waarvan je denkt: die gaat mij zo meteen iets vertellen over de fundamentele structuur van de werkelijkheid.
Rosco liep naar hem toe.
‘Nice dog.’
‘Dat weet hij.’
De man lachte en stak zijn hand uit naar Rosco, die besloot dat dit kennelijk voldoende antecedentenonderzoek was en zich liet aaien.
Daarna liepen we toevallig dezelfde kant op.
Hij sprak Engels. Amerikaan. Ik vroeg niet wat hij hier deed. Hij vroeg niet waarom ik op blotevoetenschoenen door een Fries bos liep. Zo hoort dat wat mij betreft. Je hoeft niet van iedere vreemde onmiddellijk zijn curriculum vitae te hebben.
Na een paar honderd meter vroeg hij wat ik voor werk deed.
‘Logistics.’
‘Interesting.’
Dat zeggen mensen altijd als je logistiek zegt.
Meestal bedoelen ze: godzijdank, dan hoef ik daar verder niets over te vragen.
Maar hij vroeg door.
‘What kind?’
Ik vertelde iets over boeken. Magazijnen. Voorraad. Dingen die op het juiste moment op de juiste plek moeten zijn.
‘So you organize systems.’
‘Sort of.’
‘Complex systems.’
‘Sometimes. Mostly people make them complex.’
Hij keek me aan.
‘That’s true of most systems.’
Daar moest ik om lachen.
We liepen verder.
Bij de bocht naar de andere kant van de vijver begon hij ineens over werkelijkheid.
Niet zomaar werkelijkheid zoals in: het regent en mijn schoenen worden nat. Nee, Werkelijkheid met een hoofdletter.
Volgens hem kon je het universum niet bekijken alsof je er zelf buiten stond. Als alles wat bestaat onderdeel is van het universum, dan geldt dat ook voor degene die probeert het te begrijpen.
‘Of course,’ zei ik.
Hij keek opzij.
‘Of course?’
‘Where else would I be?’
Hij zweeg even.
Blijkbaar had ik iets gezegd waar hij meer achter zocht dan ik erin had gestopt.
Hij begon uit te leggen.
Over een universum dat zichzelf niet alleen bevat, maar zichzelf op een bepaalde manier ook verwerkt. Over logica. Taal. Bewustzijn. Informatie. Hij gebruikte woorden waarvoor je volgens mij minimaal drie universiteiten en een reservebrein nodig hebt.
Ik begreep ongeveer de helft.
Dat is meestal genoeg.
‘So,’ zei ik na een tijdje, ‘the universe is looking at itself through us?’
Hij stopte bijna met lopen.
‘In a manner of speaking, yes.’
‘Handy.’
‘Handy?’
‘Otherwise it would never know what a nice morning this is.’
Hij keek naar de vijver.
Het was inderdaad een mooie ochtend.
Mist hing laag boven het water. Ergens verderop zat een specht zijn eigen logistieke probleem op te lossen. Rosco verdween tussen de bomen en kwam twintig seconden later terug alsof hij persoonlijk had gecontroleerd of het bos er nog stond.
De Amerikaan vertelde verder.
Hij had er een theorie over.
Een behoorlijk grote theorie zelfs.
Alles hing met alles samen. Werkelijkheid kon zichzelf configureren. Bewustzijn was niet zomaar een ongelukje dat ergens laat in de evolutie was ontstaan. Er zat volgens hem iets veel fundamentelers achter.
‘God?’ vroeg ik.
Hij keek me aan.
‘Ultimately, yes.’
‘Ah.’
‘You don’t sound surprised.’
‘I’m Frisian. We don’t like wasting words.’
Dat leverde weer een lach op.
Toen vroeg hij wat ík dacht.
Dat was lastiger.
‘Kos,’ zei ik.
‘Cos?’
‘Kos.’
‘What does that mean?’
‘Geen idee.’
Nu stopte hij echt.
‘You have a word for something you can’t define?’
‘Yes.’
‘Why?’
‘Because if I could define it, it would probably be too small.’
Daar kon hij blijkbaar wat mee.
Dus probeerde ik het toch.
Ik vertelde hem dat Kos voor mij niet iets buiten de werkelijkheid was. Geen man op een wolk. Geen formule. Geen energie die je voor €49,95 per maand kunt leren voelen bij iemand met een linnen broek.
Meer het besef dat je er middenin zit.
Dat wat je doet iets veroorzaakt.
Dat wat je overkomt weer iets met jou doet.
Dat je tegelijkertijd oorzaak en gevolg bent. Waarnemer en deelnemer.
‘A self-referential system,’ zei hij.
‘Als jij dat leuker vindt.’
We waren inmiddels bijna rond.
Hij begon opnieuw te vertellen. Nu over intelligentie. Over hoe weinig mensen volgens hem werkelijk nadachten. Over logische structuren die anderen niet zagen.
Ik hoorde hem aan.
De man was zonder twijfel verschrikkelijk slim.
Maar ergens begon me iets anders bezig te houden.
‘Chris?’
‘Yes?’
‘Does all this make you a better person?’
Het bleef stil.
Geen ongemakkelijke stilte.
Meer eentje die even nodig was.
Rosco stond verderop naar ons te kijken.
‘That’s a different question,’ zei hij uiteindelijk.
‘Exactly.’
We liepen weer.
Hij vroeg wat volgens mij dan wél een goed mens maakte.
Daar had ik natuurlijk ook geen sluitende theorie voor.
‘Maybe that’s the point.’
‘What is?’
‘That you can’t calculate everything.’
Hij keek voor zich uit.
‘Intelligence matters.’
‘Of course.’
‘Understanding matters.’
‘Absolutely.’
‘Then what are you saying?’
Ik dacht even na.
‘That understanding the universe and understanding the person walking next to you may be two different kinds of intelligence.’
Daarna hebben we een tijdje nergens over gesproken.
Dat was misschien wel het beste deel van het gesprek.
Bij het pad richting de parkeerplaats bleven we staan.
Hij moest de andere kant op.
‘Interesting meeting you, Arie.’
‘Likewise, Chris.’
Hij stak zijn hand uit.
‘Look up CTMU sometime.’
‘Is that you?’
Hij glimlachte.
‘Something like that.’
Toen liep hij weg.
En daar had het kunnen eindigen.
Ik had naar huis kunnen lopen, koffie kunnen zetten en op mijn telefoon kunnen opzoeken wie die vreemde Amerikaan eigenlijk was.
Christopher Langan.
Een uitzonderlijk IQ. Getallen waar mijn oude schoolmeesters vermoedelijk spontaan ontslag van zouden hebben genomen.
Een theorie over het universum.
Over bewustzijn.
Over God.
Rosco zou ondertussen zijn gaan slapen alsof hij het hele gesprek allang had begrepen.
En waarschijnlijk zou ik mijn telefoon uiteindelijk hebben neergelegd en maar één ding hebben gedacht:
Verdomme.
Had ik hem nog willen vragen of hij een beetje gelukkig was.
