Denken in beelden · Een sleutel voor dit boek
Hoe mijn hoofd werkt
Mensen vragen weleens of ik serieus ben.
Ja.
En nee.
Dat antwoord helpt meestal niet. Toch is het het eerlijkste antwoord dat ik kan geven.
Mijn hoofd werkt niet in rechte lijnen. Het werkt in beelden.
Een Excel-bestand is voor mij nooit lang alleen een Excel-bestand. Eerst zijn er rijen, kolommen en formules. Alles staat waar het hoort. Maar als ik er lang genoeg naar kijk, begint er iets te bewegen. De planning krijgt een stem. Een proces wordt een landschap. Een foutmelding staat niet meer alleen rood in beeld, maar gedraagt zich als iemand die midden in een vergadering heel zelfverzekerd het verkeerde antwoord geeft.
Na een tijdje krijgt alles karakter.
Een planning wordt een dirigent.
Een laptop wordt Freddy.
Een camper wordt H11.
En een eend wordt de administrateur die rustig zegt: ‘Komt goed,’ zonder uit te leggen waarop dat vertrouwen precies is gebaseerd.
Niet omdat ik denk dat computers leven. Ook niet omdat ik werkelijk verwacht dat een eend de boekhouding overneemt. Dat zou bovendien lastig worden zodra er brood op tafel komt.
Ik geef dingen een naam omdat verhalen ingewikkelde dingen eenvoudig maken.
Sommige mensen tekenen een schema. Ik doe dat ook. Maar ergens tussen de blokjes en pijlen verschijnt vaak iemand die vraagt waarom het eigenlijk zo moeilijk moet. Dat is meestal het moment waarop een systeem begrijpelijk begint te worden.
Dave is geen persoon.
Dave is de stem die de praktische vraag stelt. Niet: ‘Hoe optimaliseren we de integrale keten?’ Wel: ‘Wat moet ik morgenochtend doen als dit lampje rood is?’
Sam is degene die bouwt. Terwijl anderen nog bespreken hoe iets eruit zou kunnen zien, heeft Sam meestal al een eerste versie neergezet. Niet perfect, wel echt. Daar kun je verder mee.
Oaneval is de Friese nuchterheid. Hij hoeft geen lang betoog te houden. Eén keer ‘Pffff…’ is vaak genoeg. Iedereen begrijpt dat we inmiddels zo ver van de bedoeling zijn afgedwaald dat zelfs de routebeschrijving ontslag heeft genomen.
Trump verschijnt af en toe omdat satire soms duidelijker laat zien hoe macht werkt dan een serieus betoog. Als iemand in een verhaal een koe tot minister benoemt, gaat dat verhaal zelden werkelijk over die koe. De koe kan daar trouwens niets aan doen. Die stond waarschijnlijk gewoon gras te eten toen ze ineens een portefeuille kreeg.
De ganzen zijn waakzaamheid.
De eenden zijn geduld.
Ruby is enthousiasme.
Rosco is rust.
Ze zijn geen geheime code waarvoor je eerst een handleiding moet lezen. Ze zijn manieren om iets zichtbaar te maken wat anders abstract blijft. Een eigenschap krijgt poten. Een gedachte krijgt een stem. Een probleem gaat op een stoel zitten en zegt eindelijk wat er aan de hand is.
Freddy blijft thuis. Hij waakt bij de werkplaats, de bestanden en alles wat door moet kunnen gaan. H11 rijdt. H11 is niet de regiekamer, maar de vrijheid die ontstaat doordat de regiekamer thuis kan blijven. Het is onze mobiele uitvalsbasis, de plek vanwaar Cynthia en ik onderweg kunnen zijn zonder de verbinding met thuis te verliezen.
De ene staat stil om te kunnen werken.
De andere beweegt om te kunnen leven.
Daartussen hoeft niet voortdurend iemand met kabels te rennen. Als het goed is, vormt de techniek alleen een stille brug.
Als je mijn verhalen letterlijk leest, mis je waarschijnlijk de helft.
Dan vraag je je af wie Dave nu weer is. Waarom Donald ineens met een koe vergadert. Waarom ganzen een logistiek centrum bewaken en waarom er telkens een eend opduikt zodra iemand overzicht nodig heeft.
Dat zijn terechte vragen.
Maar het zijn geen losse grappen die toevallig dezelfde deur zijn binnengelopen. Ze horen bij elkaar. Het is mijn manier om naar systemen, mensen en gebeurtenissen te kijken. Niet als losse onderdelen, maar als een verhaal waarin iedereen een rol heeft en elke rol iets zegt over het geheel.
Als je ze ziet als metaforen, vallen de puzzelstukjes op hun plaats.
Ik verzin geen wereld om aan de werkelijkheid te ontsnappen.
Ik verzin beelden om de werkelijkheid beter te begrijpen.
Misschien is dat ook de reden dat ik fotograaf ben.
Een camera laat zien wat ervoor staat. Een gezicht. Een hand. Een straat. Een camper langs de weg. Maar dat is zelden het enige waar ik naar kijk.
Ik wil weten wat erachter zit.
Niet achter het decor, alsof de werkelijkheid een toneelstuk is dat ontmaskerd moet worden. Eerder achter de eerste indruk. Het verhaal dat iemand met zich meedraagt. De stilte onder een houding. De reden waarom een plek vertrouwd voelt of waarom een klein gebaar langer blijft hangen dan een groot gebaar.
Daarom kijk ik langzaam.
En daarom schrijf ik soms vreemd.
Het zijn twee vormen van hetzelfde zoeken. Met een camera probeer ik zichtbaar te maken wat niet meteen wordt gezien. Met verhalen geef ik een stem aan wat anders een schema, een systeem of een gevoel zonder naam zou blijven.
Soms is daar een mens voor nodig.
Soms een laptop.
En soms begrijpt een eend het eerder dan wij allemaal.